Sant’Apollinare in Classe

Je komt binnen en meteen neemt het bouwwerk bezit van je, onmiddellijk en volledig. Wat van buiten een eenvoudige bakstenen doos is, openbaart zich hier als een glorieuze harmonie van licht en ruimte. Een ronduit betoverende ervaring. Hoe en wat precies laat zich moeilijk beschrijven, maar dát het werkt ervaar je met heel je wezen, bij het vierde of vijfde bezoek net zo sterk als bij de eerste keer.

De Sant’ Apollinare in Classe. Vijftienhonderd jaar oud, een van de best bewaarde kerken uit de vroegste geschiedenis van het christendom. Wars van ieder vertoon, rijk en ingetogen tegelijk, een unieke synthese van schoonheid en spiritualiteit. Enigszins verweesd, gelegen op een kaal en desolaat stukje niemandsland aan de zuidkant van het moderne Ravenna, voert het gebouw je terug naar de nadagen van het Romeinse Rijk. Toen het christendom uiteindelijk op alle fronten had getriomfeerd en zich zelfbewust profileerde als een groots en verheven antwoord op de religieuze traditie van een duizend jaar oude wereld.
In de koepelmozaïek van het baptisterium van de Arianen in Ravenna, uit dezelfde tijd als de Sant’ Apollinare, is een karikatuur van de laatste te zien in de gedaante van een oude, klassieke riviergod. Rechtstreeks uit de sportschool representeert hij met zijn lompe gespierdheid precies het tegenovergestelde van de jonge, wereldvreemde en softe figuur van Christus.

De kerk in Classe laat zien hoe de nieuwe spiritualiteit in architectuur werd vertaald. De gespierde taal van de klassieke tempels met hun krachtige plastische geleding en hun imposante zuilenrijen heeft plaats gemaakt voor een zuiver vergeestelijkte ruimte. De zuilen zijn er nog steeds maar staan nu binnen, in dienst van een verinnerlijkt visioen.

Het beroemde absismozaïek sluit hier naadloos bij aan. Het centrale thema is de Transfiguratie. In het midden zien we een kruis tegen de achtergrond van een blauwe hemelkoepel met sterren. Met het symbool van zijn lijden wordt Christus hier getoond in zijn gedaante van hemelse heerser. Alles wat verder te zien is reflecteert op subtiele didactische wijze op de overgang van de fysieke aardse naar de tijdloze hemelse realiteit. De wereld raakte in de ban van een alomvattende transcendentie.

Precaire opdrachten

Bouchra Khalili, Living Labour, 2012-13

Een jonge vrouw vertelt hoe ze als illegale immigrant terecht kwam in de huishouding van een rijke New Yorkse familie. Dat ze niet geacht werd iets te zeggen als ze er niet om werd gevraagd. Dat elke uitwisseling van persoonlijke informatie moest worden vermeden. Van die dingen. Indrukwekkend en beklemmend. Vooral ook door de nuchtere, feitelijk toon van het verhaal in combinatie met de wijze waarop de verteller in beeld is gebracht – close-up, frontaal, vrijwel zonder kleur.
De toelichting bij het werk spreekt van ‘een onderzoek hoe lichaam en taal kunnen worden ingezet om een politiek standpunt in te nemen’. Het gaat dus niet zozeer om deze vrouw maar om wat de video waarin zij optreedt verbeeldt. Om het kunstwerk als constructie dus.
Niet makkelijk en toch de moeite van het proberen waard. Want inderdaad, hoe langer je ernaar kijkt hoe onpersoonlijker, of beter gezegd bovenpersoonlijker, het werk wordt. Maken we niet allemaal op een of andere manier deel uit van gezagsverhoudingen of belangenverstrengelingen die aan specifieke codes zijn verbonden? Evengoed blijft het het verhaal van déze vrouw. Een vreemde ervaring: je wordt door het kunstwerk naar binnen gezogen en tegelijkertijd op afstand gehouden. Hoofd en hart zijn samen aan zet en het is aan jou om hier iets mee te doen.
Ook in haar twee andere video’s speelt Bouchra Khalili met deze paradox. Vorm en inhoud worden zó gekozen dat er meerdere lezingen tegelijk mogelijk zijn. De kijker moet zijn positie bepalen en maakt daarmee natuurlijk ook een politieke keuze.

Koki Tanaka, Precarious Tasks, 2012-doorlopend

Hoewel politiek ook bij hem een rol speelt, laat Koki Tanaka meer ruimte voor de verbeelding.  Precarious tasks zijn opdrachten die hij bedenkt voor groepen. Bijvoorbeeld: negen kappers en kapsters krijgen de opdracht om samen één knipbeurt te verzorgen. De video die de kunstenaar ervan maakte  was een van de hits op de vorige Biënnale. Een aantal recente ‘opdrachten’ is nu te zien in het Van Abbe. ‘Ga met zwaailichten door de stad’. Grote fotoprints doen verslag van het gebeuren. We zien een lange rij mensen die in een donkere stad een kaarsjesoptocht houden, maar dan dus met lampen. Ter ere van wat of wie doet er niet zoveel toe. Is de happening zó niet nog indrukwekkender en serener? Juist omdat er geen aanleiding of verhaal is en je die zelf kunt invullen. Een tafel met de gebruikte lampen maakt deel uit van de tentoonstelling. Gewone gebruiksvoorwerpen krijgen voor je ogen het aura van cultusobjecten. 
Positions is de titel van een nieuwe reeks tentoonstellingen waarin het Van Abbemuseum ons uitnodigt om ‘na te denken over de wijze waarop macht – individueel of collectief – in de wereld wordt genomen of verleend’. Zoals we zijn gewend van het museum gaat het om kunst die nadrukkelijk deel wil hebben aan het grotere maatschappelijke en politieke debat. Kunst en engagement, het blijft een moeizame verhouding. Zodra de een te veel in het spel is komt de ander in het gedrang. Bij Bouchra Khalili kun je zien wat het probleem is. Hoe indrukwekkend en doorwrocht haar werk ook is, de verhalen die zij in beeld brengt zijn zó schrijnend dat er maar heel weinig ruimte voor de verbeelding over blijft. En dat laatste is nu juist het enige waar de kunst haar gezag aan kan ontlenen.

Positions, Van Abbemuseum, Eindhoven, tot 12 oktober

herman, niet Erik

herman de vries, mesa, 1996-2007

Alle lof voor herman de vries (zonder hoofdletters). Goede kunstenaar en een grote staat van dienst. Met veelal rechtstreeks aan de natuur ontleende materialen maakt hij kunst die zó puur is en zó sterk op de zintuigen inwerkt dat de toeschouwer er onwillekeurig door wordt meegevoerd. Persoonlijk, intens en poëtisch werk.
Vandaag werd bekend dat het Mondriaanfonds hem heeft uitverkozen als vertegenwoordiger van Nederland op de 56e Biënnale van Venetië. Die van volgend jaar dus. Na een long list van 56 namen werd uit een korte van vijf niet gekozen voor Erik van Lieshout of Rineke Dijkstra, ook niet voor Ellen Gallagher of Frédérique Bergholtz, maar voor de man wiens werk “actueel is in een tijd waarin ecologische kwesties op een bredere maatschappelijke aandacht kunnen rekenen”.
Alleen die taal al, maar dat terzijde. Goede redenen voor een uitverkiezing maar even goede voor een afwijzing. Helemaal los van het werk zelf: als je aanvoert dat het een actueel onderwerp aansnijdt gebruik je het verkeerde argument. Bovenden: de vries doet dit al sinds de jaren zestig, wat alle bewondering verdient maar het werk niet minder gedateerd maakt. Hoe actueel zijn thematiek intussen weer mag zijn, of het in concept en uitvoering de urgentie heeft om op een podium als de Biënnale potten te breken is maar zeer de vraag.

Erik van Lieshout, Healing, 2013

Waarom niet Erik van Lieshout? Ik kan slechts gissen maar aan herman de vries kun je je moeilijk een buil vallen, aan Van Lieshout wel. Die roept óf bewondering óf afkeer op. Poseur, neuroot of toch gewoon kunstenaar? In elk geval werk dat zó maniakaal en zó intens is dat het niemand onberoerd laat. Alleen al daarom zou het heel verfrissend zijn geweest om hem het Rietveld-paviljoen te hebben zien ombouwen. Want zo is het ook: na de hele fraaie en verstilde tentoonstelling van Mark Manders (2013), de wel heel erg bedachte presentatie van Guus Beumer (2011) en de even mooie als correcte kunst van Fiona Tan (2009), zijn we wel weer eens toe aan wat stevigere kost.

56e Biënnale van Venetië vanaf 9 mei 2015

Rabo Kunstzone exit

Fiona Tan, Options & Futures, 2014

Intern was het al langer bekend, gisteren berichtten zowel NRC als Volkskrant erover: de Rabobank sluit de Kunstzone, de permanente expositieruimte die sinds de opening in 2010 het nieuwe internationale bestuurscentrum in Utrecht van een verrassende entree voorzag. Heel jammer, voor de kunst, voor de bank en natuurlijk ook voor de direct betrokkenen. Mijzelf incluis.


Fiona Tan, Options & Futures, 2014

‘Bezuinigingen’, heet het dan. Nou ja. Cijfers worden niet bekend gemaakt, maar waar hebben we het hier over? Nul komma nul nul nul nul één procent van de omzet? Geld is niet het punt, duidelijk is wel dat de bank wil versoberen om iets terug te winnen van haar imago van degelijkheid en betrouwbaarheid.
Zou de kunst daar een smet op hebben geworpen? Wie zal het zeggen, beeldvorming volgt zijn eigen wetten. Feit is ook dat voor wie een stok zoekt om te slaan de Kunstzone een wel heel aanlokkelijke mogelijkheid biedt.
Toegegeven: een beetje vreemd gezicht was het altijd wel: al die bankmensen in onberispelijke pakken en dan die vrolijke anarchie van de kunst. Nog vaak behoorlijk radicaal ook: Alicia Framis, Fernando Sànchez Castillo met zijn Tank Man, en nu als zwanenzang een prachtige presentatie van Fiona Tan, ook niet mis als het om een kritische blik op de wereld gaat.

Fiona Tan, Options & Futures, 2014

Het feit alleen dat dat kón. Dat een grote bank niet schuwde om haar maatschappelijke en politieke betrokkenheid te laten zien en daarbij moeilijke onderwerpen aan te kaarten. Dat kunst werd ingebracht als venster op de wereld, zowel voor de bezoeker als voor het personeel. In de ogen van menigeen een ongewenste frivoliteit, voor vele anderen toch vooral ook een blijk van durf en visie.
Was dat laatste maar waar. Hoe uitdagend de tentoonstellingen ook waren, van een samenhangende beleidsvisie was geen sprake. De Kunstzone was een prikkelend uithangbord, dat vooral. Wat kunst voor het bedrijf kan betekenen, welke bijdrage ze kan leveren aan de interne processen, het zijn vragen die nooit echt aan de orde zijn geweest. Met als gevolg dat de kunstcollectie en de Kunstzone altijd wezensvreemde aanhangsels zijn gebleven.

Fiona Tan, Options & Futures, 2014

De Rabo staat hierin bepaald niet alleen. Toen de tijd erom vroeg kochten veel bedrijven, banken voorop, kunst als aankleding van hun werkruimten én als versterking van hun imago. Nu met de crisis dat laatste in het tegendeel dreigt om te slaan kiest men schielijk voor een defensieve strategie. Jammer en ook niet erg slim, want wie vooruit kijkt ziet een wereld die steeds verdergaand uit beelden is opgebouwd, die meer en meer aan onze grip ontsnapt en waarin de denkwereld en de werkmethoden van de kunst een steeds grotere relevantie krijgen.

Fiona Tan, Options & Futures, Rabo Kunstzone, tot 19 september

Art Basel

Zo’n driehonderd galeries, een paar duizend kunstenaars, alles wat naam heeft is er verenigd. De side events heb je dan nog niet eens meegerekend. Art Basel is mega. Elke poging om er grip op te krijgen is bij voorbaat ijdel. Loslaten dus en vooral je eigen weg volgen.
Kom je voor het spektakel van de écht grote namen dan kun je meteen door naar de benedenverdieping van Hal 2. Elk jaar opnieuw richt een aantal topgaleries hier een show in die het hart van elke liefhebber sneller doet kloppen. Nergens anders zie je zoveel topkunst bij elkaar. En nog te koop óók! Van Picasso tot Warhol, van Koons tot Wool. Vragen voor hoeveel heeft geen zin. Dat levert alleen maar een beleefde glimlach op. De dienstdoende dames en de heren hebben een feilloos oog voor kwaliteit, óók als het om hun klanten gaat.
Een verdieping hoger vind je de kunst van nu. Nou ja, ‘nu’? Ook hier zijn het de usual suspects die de toon zetten. Kunstenaars als Markus Oehlen of Doug Aitken, grootheden die al jarenlang hun waarde bewijzen maar wel nog steeds het aura van actueel hebben.

Doug Aitken, You,You, 2014

Voor jonge, experimentele kunst moet je eigenlijk niet op Art Basel zijn, daarvoor is de beurs  simpelweg te prestigieus en te duur vooral ook. Een kop koffie in een kartonnen bekertje kost er zes euro, de huur van een stand is navenant. De meeste galeries kiezen dan ook voor de veilige weg.

Antonis Pittas, We will do as we have decided, 2013

Des te opmerkelijker is de bijdrage van Annet Gelink. De enige galerie uit Nederland, maar ook een van de weinigen die wél durft te gaan voor relevant en eigentijds. Met David Maljkovic, Erik van Lieshout en Antonis Pitts. Alledrie kunstenaars die aan de weg timmeren met werk dat getuigt van een grote urgentie. Met name de laatste maakte indruk; Antonis Pittas, een Griekse kunstenaar die in Nederland woont en werkt. In We will do as we have decided reflecteert hij op de recente opstanden in Istanbul. Het ‘puin’ op de vloer is opgebouwd uit precies gekapte geometrische objecten in wit marmer. Herinneringen aan oude culturen komen samen met beelden die we van het nieuws kennen. Hier overheen zijn teksten geprojecteerd waarin quotes worden geciteerd van belangrijke spelers. Premier Erdogan bijvoorbeeld: We will do as we have decided. Of een politieke commentator: They can do whatever they want. De in potlood uitgevoerde  teksten zijn uitwisbaar en kunnen door nieuwe vervangen worden. Een gegeven dat fraai contrasteert met de tijdloosheid van het marmer. Kunst die aan het denken zet en nog heel mooi is ook.
In Amsterdam is nog meer recent werk van de kunstenaar te zien.

Antonis Pittas, Montage, Annet Gelink Gallery, Amsterdam, tot 12 juli

Schütte uit en thuis

Het belangrijkste werk in de collectie is waarschijnlijk ook het duurste: een prachtige Richter uit de rijpe periode. Niet groot, wel groots. Opgehangen in het hart van een villa die meer museum dan woonhuis is. De eigenaar toonde het met bescheiden trots. Helemaal terecht, een werk als dit verwerf je niet zomaar. Zo’n twintig jaar geleden kostte een Richter ook al een kapitaal. Niemand die toen kon weten dat dat mettertijd het tienvoudige zou worden.
Minstens zo onder de indruk was ik van de Liggende Figuur van Thomas Schütte, een van die geestrijke en uitdagende sculpturen waarmee de Duitse grootmeester een plaats opeist in het grote verhaal van de klassiekmoderne beeldhouwkunst. Je ziet Picasso, Maillol, Moore, maar mét dat alles vooral toch een Schütte. Heel sterk. De liefhebber kent dit werk uit grote openbare collecties. Hier maakt het deel uit van een privécollectie, een kostbaar bezit dat met liefde wordt gekoesterd. Tezamen trouwens met werken van Anish Kapoor, Sol Lewitt, Tony Cragg, Liam Gillick, Donald Judd. om maar een paar namen te noemen. Djiezus!

Vanmiddag – een dag later – was ik in Museum De Pont en zag ik Schütte’s Grosse Geister, sinds jaar en dag topwerken van de collectie. Opeens keek ik er met andere ogen naar, heel vreemd. Alsof het feit dat ik ze hier zag er een nieuwe betekenis aan gaf. Blijkbaar is een Schütte privé toch iets heel anders dan een in de publieke ruimte. Waar zit ‘m dat in? Is ‘t omdat ik vaak in dit museum kom en de grote werken uit de collectie deel zijn gaan uitmaken van mijn persoonlijke canon? Zouden al die ogen die er ooit naar gekeken hebben hun sporen hebben achtergelaten? Of is het omdat kunst uiteindelijk alleen hier volledig tot zijn recht komt? In een ruimte waar haar belangeloosheid is gewaarborgd en ze louter dienstbaar is aan de publieke uitwisseling.