Weg van de wereld

museum-voorlinden

Museum Voorlinden is heel mooi. Niet voor niets scoorde het in menige bespreking vijf sterren. Zowel het gebouw als de collectie zijn een kostbare aanwinst voor het Nederlandse museumlandschap, de locatie is ronduit adembenemend.
Alle lof ook voor de Kelly-tentoonstelling. Een riant overzicht met werken uit alle fasen van het oeuvre, met meesterhand ingericht door Rudy Fuchs. Een feest om een aantal toppers van de onlangs overleden meester zó fraai gepresenteerd te zien. Kelly staat voor abstracte kunst van de zuiverste soort, monumentaal en bescheiden tegelijk, even streng als speels. Kunst die door menigeen naar de vuilnisbelt van de geschiedenis wordt verwezen, maar die hier met superieur gemak de tijd trotseert.
Precies de tentoonstelling waar een museum als dit voor lijkt bedoeld. Een kunsttempel waar alle hectiek is uitgebannen en de waan van de dag kansloos is. Een kijkdoos ook die voorziet in de perfectie fysieke condities: een aangename afwisseling van ruimten, louter witte wanden met deurloze doorgangen en een egale, gedempte verlichting van bovenaf.

ellworth-kelly-series-of-five-paintings-1966

Ellsworth Kelly, Series of Five Paintings, 1966

Wat voor Kelly geldt is ook van toepassing op enkele van de grote werken in de eigen collectie: de glassculpturen van Roni Horn zijn nergens mooier te zien dan hier, Open Ended van Serra is adembenemend, hetzelfde geldt voor de Skyspace van James Turrell.
En toch is juist die perfectie ook de makke: Museum Voorlinden is té mooi. Van de schitterende landschappelijke omlijsting tot aan de zwarte outfit van de suppoosten, alles klopt. Alles maakt dat het bij voorbaat onmogelijk is om iets niet mooi te vinden. En daar zit de crux: het echte leven is consequent buitengesloten. Alles is gericht op comfortabel genieten. Sterker nog: genieten is hier een gebod.

ron-mueck-couple-under-an-umbrella-2013

Ron Mueck, Couple under an Umbrella, 2013

Zou dat ook de reden zijn waarom, bij nadere beschouwing, de collectie als geheel een beetje vlak overkomt? Dat de werken zijn kaltgestellt door de omgeving waarin ze worden gepresenteerd? Ik vrees van wel.
Full Moon is de titel van de eerste collectie-presentatie. De al genoemde ruimtevullende werken zijn net als het zwembad van Leandro Erlich en het echtpaar op het strand van Ron Mueck duidelijk als publiekstrekkers bedoeld. Dat zijn zo te zien de blijvers. Daarnaast zijn er op zaal veel grote namen die met een enkel en vaak ook minder werk zijn vertegenwoordigd: Andy Warhol, Damien Hirst, Yves Klein. Vooral grootheden van de vorige generatie, sterren van nu zijn relatief mager vertegenwoordigd. Echt opwindend is het allemaal niet en ook de enkele jonge kunstenaars – Katja Mater en Esther Tielemans – kunnen het verschil niet maken.

esther-tielemans-the-performance-2011

Esther Tielemans, The Performance, 2011

Maar goed, interessanter is de vraag of het museum op termijn iets kan gaan betekenen. Of de kunst en ook het publiek er uiteindelijk echt iets aan zullen hebben. Een broedplaats voor jonge kunst zal het wel nooit worden, maar hopelijk wel meer dan het wellnesscentrum dat het nu toch vooral is. Voorlinden vist, samen met alle andere musea in één vijver: die van de well-to-do vijftig-plussers. Niets mis mee maar in een tijd van krappe budgetten wel een heel bepalend én beperkend beleidsgegeven. Speciaal voor deze doelgroep is in Wassenaar een kunsttempel gebouwd die alle andere in de schaduw stelt. Succes verzekerd. Voorlopig althans zeker.

Museum Voorlinden, Ellsworth Kelly, tot 8 januari

Breathing Light

James Turrell, Breathing Light, 2013

James Turrell, Breathing Light, 2013

Een Skyspace van de James Turrell lijkt een van de grote attracties van het nieuwe  Museum Voorlinden in Wassenaar te gaan worden. Vanaf 11 september kunnen we gaan kijken.
Als opwarmer de tekst die ik over de Amerikaanse kunstenaar schreef voor de syllabus van mijn nieuwe reeks Life & Times. Vanaf begin oktober in Maastricht en Eindhoven.

De passie voor het vliegen erfde hij van zijn vader, de fascinatie voor de diepere dimensies van het bestaan kwam vooral van zijn moeder, een actieve Quaker. Op zijn zestiende haalde hij zijn vliegbrevet en vanaf die tijd bracht hij een groot deel van zijn leven in de lucht door. Hier raakte hij in de ban van het hemellicht, het licht in zijn zuivere, onbegrensde gedaante. Een opwindende waarneming die werd verdiept door het beeld van het innerlijke licht zoals de Quakers in hun meditaties zoeken.
In zijn jonge jaren groeide James Turrell op in een wereld van ongekende mogelijkheden. Hij verdiende zijn geld als piloot, studeerde aan de universiteit van Californië, huurde een grote leegstaande ruimte in Santa Monica en zette de eerste stappen in de wereld van de kunst. Op zijn vierentwintigste toonde hij met succes zijn eerste grote lichtwerken op een tentoonstelling in Passadena.

James Turrell, Roden Crater, 1977-2016
James Turrell, Roden Crater, 1974-2016

Niet veel later vatte hij het idee op van een natuurlijk observatorium. Het project bracht hem, na een maandenlange zoektocht per vliegtuig, uiteindelijk naar Roden Crater, een uitgedoofde vulkaan in het ruige, lege landschap van Noord-Arizona. Nu, ruim veertig jaar later is het kunstwerk zo goed als voltooid en zal het niet lang meer duren voordat het voor het publiek wordt opengesteld. De luchtfoto van Roden Crater laat zien wat Turrell hier vond: de krater is een oog dat naar de hemel kijkt, een door de tijd geschapen observatorium dat als een gigantische, natuurlijke camera het hemelse licht vangt en overdraagt naar de ervaringswereld van het hier en nu.
Het werk van James Turrell is één groot onderzoek naar de mogelijkheden en de condities van deze samenspraak. De kunstenaar doet dit met werken die als ruimten van licht zijn ingericht. Als camera’s, waarin het licht wordt gevangen en een meetbare gedaante krijgt. Of ook als zogenaamde Ganzfelds, hoekloze ruimten waarin het licht verschijnt in zijn zuiver immateriële gedaante, onbegrensd en ontheven aan de zwaartekracht. De Skyspace zoals die binnenkort ook in Wassenaar te zien zal zijn, is een derde type lichtruimte: een kamer met een aangekleurd plafond met daarin een rechthoekige opening die de blik naar de hemel opent.

James Turrell, Skyspace, Rice University Houston, 2013

James Turrell, Skyspace, Rice University Houston, 2013

In vrijwel alle culturen is licht van oudsher verbonden geweest met voorstellingen van het geestelijke, het goddelijke en de kosmos. Dit geldt zeker voor de christelijke wereld. God als het ongeschapen licht, het natuurlijke licht als levensbrengende kracht, de zichtbare werkelijkheid als een emanatie van het goddelijke licht, het zijn voorstellingen die raken aan de kern van de christelijke metafysica.
De opkomst van de moderne wetenschap brengt fundamentele veranderingen in de relatie tussen mens en natuur met zich mee. Bestudeerd in hun zuiver fysische gedaante verliezen de natuurfenomenen veel van hun magie. Tegelijkertijd echter komen de krachten die eraan ten grondslag liggen scherper dan ooit in beeld. Losgeweekt uit de context van de christelijke openbaring tonen deze zich nu in hun autonome gedaante en roepen als ‘wonderen van de natuur’ een nieuwe fascinatie op.
Deze verandering toont zich met name in het onderzoek naar licht. Isaac Newton is de wetenschapper die de eerste grote stappen zet. Het verhaal is bekend: door het witte licht met een prisma te breken maakt de natuurkundige de kleuren zichtbaar waaruit het spectrum is opgebouwd. Newton’s ontdekking is van grote betekenis voor de verdere ontwikkeling: de wereld van kleur en licht wordt inzichtelijk als een geordend geheel met zijn eigen samenhagen en wetmatigheden.
Als Johann Wolfgang Goethe in antwoord op Newton’s bevindingen in 1810 een eigen kleurenleer publiceert verlegt hij de aandacht opnieuw naar de metafysische dimensies. Niet door terug te grijpen op de christelijke ideeënleer, maar wél door de afzonderlijke licht- en kleurfenomenen te beschrijven als verschijningsvormen van een bezielde natuur. Blauw zegt iets heel anders dan rood en is net als elke andere kleur met specifieke ideeën en gevoelens verbonden. Anders gezegd: kleuren zijn visuele gedaanten van de krachten die in het bestaan werkzaam zijn.
Met zijn leer zet Goethe kunstenaars ertoe aan om nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden te exploreren. William Turner is een van de eersten die hiervan de resultaten laat zien. Voor het eerst in de geschiedenis wordt kleur toegepast als een taal die in staat is om vanuit zichzelf betekenis aan een werk toe te voegen. Sterker nog: een aantal van de late werken van de schilder bestaan uit vrijwel niets anders meer dan verf en kleur.
Turner staat aan het begin van een ontwikkeling die, via belangrijke tussenstappen als het impressionisme en het symbolisme, in de twintigste eeuw zal uitmonden in de abstracte kunst. Het werk van James Turrell sluit hier naadloos bij aan.

Robert Smithson, Spiral Jetty, 1970

Robert Smithson, Spiral Jetty, 1970

Roden Crater is een kunstwerk dat elke voorstelling tart, als sculptuur, als lichtkunstwerk en als architectuur. Het verhaal ervan brengt ons naar een van de meest opwindende perioden in de geschiedenis van de kunst, de laatste, heroïsche fase van het modernisme, toen een grootse poging werd ondernomen om via de kunst een nieuwe metafysische dimensie aan het bestaan toe te voegen.
Vanaf het einde van de jaren zestig brengt met name de Land Art-beweging een aantal spectaculaire projecten voort. Vanuit het verlangen naar de vereniging van kunst en leven komen in Engeland en Amerika kunstenaars ertoe om de traditionele materialen volledig los te laten. De aarde wordt de drager, het lichaam het gereedschap. Zoals de schilder op het atelier met verf en kwast lijnen en toetsen op het doek nalaat, zo laten zij sporen in het landschap achter.
Een van de eerste en nog altijd een van de bekendste Land Art-projecten is Spiral Jetty van Robert Smithson. Om de verbeelding van het publiek optimaal te prikkelen werd het werk met inzet van groot materieel in gigantische afmetingen uitgevoerd en tegelijkertijd gerealiseerd op een ver afgelegen, vrijwel ontoegankelijke plek. Iets dergelijks geldt ook voor Roden Crater.
Overigens, doordat we ze via Google Earth kunnen benaderen zijn beide werken op een onverwachte wijze nieuw toegankelijk geworden en ervaren we ze ook nóg sterker in hun bovenmenselijke dimensies.
Walter de Maria’s Lightning Field is een ander bekend voorbeeld en ook dit werk heeft inmiddels een iconische status.

Hoewel het werk van Land Art-kunstenaars geënt is op eeuwenoude noties over aarde en kosmos, staat het ook voor een radicale breuk met de traditie. Een korte blik terug maakt hun positie duidelijk.
In de negentiende eeuw zorgden de successen van de wetenschap en techniek op vrijwel elk gebied voor grote vooruitgang. De mensheid bevrijdde zich stap voor stap van het eeuwenoude juk van willekeur en onderdrukking. De nieuwe tijd kende echter ook nieuwe problemen. Voor velen bracht het anonieme bestaan in de moderne wereld een beklemmende gevoel van onthechting en vervreemding met zich mee. Mét alle vooruitgang was de wereld ook een killer en eenzamer oord geworden.
Vanaf nu laat het verhaal van onze cultuur een duidelijke pendelbeweging zien. Perioden van vooruitgangsoptimisme, geënt op een seculier wereldbeeld en het geloof in de zegeningen van wetenschap en techniek, wisselen af met tijden van twijfel en onrust en het romantische verlangen naar een nieuw verbond.
In de jaren na de tweede wereldoorlog was de twijfel dieper dan ooit. Heeft de  vooruitgang ons niet op de rand van totale vernietiging gebracht? Wie kan er nog geloven in de idealen van de verlichting? Waar vinden we nieuw houvast?
Vrijheid werd hét grote thema, niet alleen als radicale afwijzing van ieder gezag maar vooral ook als een persoonlijke louteringsproces. Zelfverwerkelijking en verantwoordelijk nemen voor je bestaan betekende ook als individu inhoud geven aan je innerlijke leven.
De nadruk op autonomie en vrijheid maakte de naoorlogse tegencultuur veel minder schwärmerisch dan eerdere romantische bewegingen. De naaktheid van het bestaan werd nu nu niet meer zozeer gevoeld als het gevolg van vervreemding en onthechting maar fundamenteler, als het gevolg van het verlies van betekenis tout court. De opdracht van de geschiedenis was even duidelijk als moeilijk: een wereld scheppen van vrije individuen die op persoonlijke titel verantwoordelijkheid nemen voor het bestaan als geheel. James Turrell is het prototype van de naoorlogse kunstenaar die voor dit mensbeeld model stond: autonoom, zelfbewust en sensitief.

De Pont - Tilburg

James Turrell, Museum De Pont, 2013

De grote constante in het werk van James Turrell is de poging om licht zo tastbaar en nabij mogelijk te maken. Breathing Light, de titel van een van zijn recente installaties zegt het helemaal: licht ervaren met je lichaam, letterlijk door het op te zuigen.
Licht is bij uitstek het fenomeen dat staat voor een alomvattende transcendentie. Van alle elementen is het het meest vergeestelijkt, immaterieel, Door het tot object van de fysieke ervaring te maken ontstaat een nieuwe synthese. Waar we in de geest naar reiken wordt een met wat we met ons lichaam ervaren.
Licht krijgt bij Turrell maat en vorm en wordt een substantie die alle zintuigen tegelijk prikkelt. Niet dat de kunstenaar daarmee het mysterie wil ontsluieren, integendeel. Juist door het fysiek tastbaar te maken wordt de suggestieve kracht ervan sterker voelbaar. Is dit niet ook wat de mystici altijd al zochten? De fysieke en zintuigelijke ervaring als hét vehikel van de vervoering?
Bij dit alles echter behouden de werken nadrukkelijk hun onafhankelijke bestaan als kunst. De distantie die hieruit voortkomt is een wezenlijk aspect. Terwijl de toeschouwer de suggestieve kracht van het werk ondergaat constateert hij ook dat alles wat hij ziet het product is van een methodische werkwijze gebaseerd op een bijna wetenschappelijke benadering. Deze objectivering draagt in hoge mate bij aan de kracht van het werk. Immers: wat je ervaart wordt opgeroepen door iets dat op zichzelf bestaat, onafhankelijk van welke ideologie of traditie ook. Het appelleert aan een bewustzijn dat het bestaan in zijn naakte gedaante wil tegemoet treden om het in zijn grootsheid te kunnen ervaren.

James Turrell, Afrum-Proto,1966

James Turrell, Afrum-Proto, 1966

Het verhaal James Turrell begint met Afrum-Proto uit 1966, een werk dat de kunstenaar met behulp van quartz-halogeen lampen realiseerde. Het is zijn eerste lichtsculptuur en meteen ook het vertrekpunt van zijn hele oeuvre: het licht tastbaar gemaakt als een witte kubus in de hoek van een ruimte.
In hetzelfde jaar nog verwierf Turrell het Mendota Block, een voormalig hotel in Ocean Park in Californië. Hier produceerde hij tot 1974 zijn zogenaamde Mendota Stoppages, geometrische lichtwerken waarvoor de kunstenaar, met het beeld van Plato’s grot in gedachte, natuurlijk licht gebruikte dat hij via openingen in de afgedekte vensters van zijn atelier liet binnenvallen.
Kort nadat hij in 1967 met zijn eerste solotentoonstelling in Passadena naam maakte, ontstonden de ideeën voor een project dat uiteindelijk naar Roden Crater zou voeren, het observatorium waar hij inmiddels al meer dan veertig jaar aan werkt.
In die periode heeft James Turrell zich ontwikkeld tot een van de absolute grootheden van de eigentijdse kunst. Drie werkgroepen vormen de kern van zijn oeuvre: de lichtsculpturen, de Ganzfelds en de Skyspaces. Van de laatste is binnenkort dus in Wassenaar een nieuwe uitvoering te zien.
Vorig jaar werd Roden Crater voor het eerst voor het publiek opengesteld, dat wil zeggen voor een select gezelschap van liefhebbers en verzamelaars die elk, ter sponsoring van het project, een fiks bedrag moesten neertellen. Wanneer het grote publiek welkom is is nog onduidelijk. We houden het in de gaten!

Life & Times, vanaf  dinsdag 4 oktober in Maastricht en vrijdag 7 oktober in Eindhoven

Eliasson in Versailles

Eliasson, Olafur, 2016, Waterfall, Versailles, K16, 02

Nadat het lange tijd erop leek dat de fut er voorgoed uit was werkt Parijs de laatste jaren met nieuw elan aan zijn status van kunstmetropool. Zoals met het Palais de Tokyo, de expositieruimte die met zijn rijke en gedurfde programmering is uitgegroeid tot een van de belangrijkste internationale centra van actuele kunst. Of ook het Centre Pompidou dat met zijn fraaie overzichts- en thematentoonstellingen een kwaliteit handhaaft die je elders nog maar zelden tegenkomt. En dan zijn er ook nog elk jaar twee kunstevenementen van de buitencategorie: Monumenta in het Grand Palais en de zomerpresentatie in Versailles. Beide op een unieke locatie ingericht als podium voor kunstenaars uit de wereldtop, beide beschikkend over een vorstelijk budget.
Wie wil ervaren wat de combinatie van grote naam, unieke locatie en onbeperkt budget mogelijk maakt: In Versailles nodigt Olafur Eliasson nog tot het einde van de herfst de bezoeker uit voor een wandeling in het door hem omgetoverde paleis en park. Als je even de kans hebt: doen! Eliasson is niet voor niets een van dé grote sterren van nu. Weinig kunstenaars die in staat zijn om grote thema’s op zo’n heldere en indringende manier te verbeelden als hij. Overigens: wie het ontziet om urenlang in de rij te staan: ook als je je tot de drie werken in het park beperkt is het de reis meer dan waard.

Eliasson, Olafur, 2016, Waterfall, Versailles, K16, 04 Eliasson, Olafur, 2016, Waterfall, Versailles, K16, 05

Het thema is water. Water zoals dat gegeven is in de grote bassins en fonteinen die het hart vormen van het ontwerp van park, maar ook water in zijn tijdloze betekenis: stromend water als hét beeld van het leven.
Het eerste dat je ziet is het nogal ontnuchterende beeld van een kale stalen constructie die in de verte vanuit het centrale bassin zo’n vijftig meter omhoog rijst. Dit moet de waterval zijn waar zoveel om te doen is. Ook als even later de pompen worden aangezet en het water met veel geweld naar beneden stort blijft een gevoel van teleurstelling hangen. Is dit het nou?
De waterval blijkt deel uit te maken van een ensemble van drie grote werken die de verschillende gedaanten van water tonen: als vaste stof, als gas en als vloeistof. In het Bosquet de la Collonade is het bassin gevuld met het residu van een Groenlandse gletsjer: Glacial rock flour garden is de titel. Iets verderop is in het Bosquet de l’Étoile Fog assembly te zien, een installatie die het omringende groen hult in een dichte mist. En het midden dus Waterfall.

Eliasson, Olafur, 2016, Waterfall, Versailles, K16, 09

Drie werken die een geheel vormen maar die elk ook hun eigen verhaal vertellen, nauw verbonden met hun plek in het park. Wandelend van het een naar het ander kom je vanzelf ook binnen in het ontwerp van André Le Nôtre, in het klassieke Franse park dat zowel decor van het hof, speeltuin van geliefden als oord van contemplatie is. Dat laatste vooral: je wordt opgenomen in een geometrisch arrangement van ruimten waar je ver van alle dagelijkse beslommeringen deelgenoot wordt aan een geestrijke dialoog van natuur en cultuur. Olafur Eliasson speelt hier subtiel op in door er de suggestie van een mystieke betekenis aan toe te voegen. Het fundament was er al: de zeventiende-eeuwse tuin van Le Nôtre als het beeld van een aan de kosmische orde onderworpen natuur – een beeld overigens dat perfect beantwoordde aan de aspiraties van de regering van Lodewijk XIV. De nieuwe laag die de kunstenaar toevoegt is die van een bezielde schepping waarin alles dingen, wezens en verschijnselen zijn verenigd in één levende realiteit.

Eliasson, Olafur, 2016, Waterfall, Versailles, K16, 14

Allerlei gedachten dringen zich op. Aan de romantische hartstocht die de klassieke schoonheid tart, aan de al eeuwenoude clash van het noordelijke idealisme en het Franse rationalisme, aan Eliasson als een typische exponent van ons eigentijdse verlangen naar verdieping en betekenisgeving. Gedachten die ver terug reiken in de geschiedenis en die zeker een belangrijke rol gespeeld hebben in de totstandkoming van dit werk, maar die – en dat is het mooie – ter plekke worden overruled door de kracht van de ervaring.
Als Eliasson al een romanticus is, dan wel eentje die wars is van alle gezwijmel. Om het effect van zijn werk te vergroten betrekt hij je nadrukkelijk bij de constructie ervan. Als een illusionist die de toeschouwer van te voren al zijn geheimen verklapt, om hem vervolgens nog meer te kunnen betoveren met de kracht van zijn kunst. Verdwijnkunst in het kwadraat: bij je volle verstand ervaar je hoe de rede oplost in de verbeelding.
Dat was precies wat gebeurde toen ik over de hoofdas van het park terugliep naar de waterval. De zon droeg het zijne bij door het spel te spelen waar het park voor bedoeld is, zich verbergend achter de wolken om plotseling weer tevoorschijn te piepen. Opeens lichtte het neerstortende water op als een uit de hemel stromende rivier van licht. De installatie was nog evengoed zichtbaar, je wist nog altijd van de kracht die nodig was om het water naar boven te pompen, maar het beeld was zó sterk dat dat allemaal in een klap werd weggevaagd. Dwars door alle feitelijkheid heen triomfeerde de kunst.

Olafur Eliasson in het Château de Versailles, tot 30 oktober
Olafur Eliasson is een van de kunstenaars in de reeks Life & Times die 4 oktober van start gaat, klik hier voor informatie of aanmelding

Lee Kit

Lee Kit, , S.M.A.K., 2016, 01

Lee Kit, 38 is de kunstenaar, geboren in Hong Kong en woonachtig in Taipei. Met een groot artikel in Parkett én een dubbelexpositie in het Walker Art Center in Minneapolis en het S.M.A.K. in Gent staat hij deze zomer vol in de belangstelling. En terecht, in Gent kun je zien waarom.
Op de terugweg drong zich één vraag vooral op: was het de tentoonstelling als geheel of waren het de werken afzonderlijk? Lee’s beeldtaal is licht en verfijnd, op momenten heel indringend maar soms ook ondoorgrondelijk. Neem zijn fixatie op handen. In allerlei werken komen ze voor, bewegend of bevroren in een gebaar. Soms ook indirect, bijvoorbeeld in werken waarin het over handcrême gaat. Ook al zoiets, Nivea!
Handen staan voor verbinding maar ook voor een gebarentaal die grenzen overschrijdt en uit ons collectieve bewustzijn put. Al kijkend en associërend kom je een heel eind en toch, je houdt het gevoel dat het hier om iets heel persoonlijks gaat, iets dat toch vooral met de bijzondere culturele achtergrond van de kunstenaar te maken heeft – Nivea in China? -, of anders wel met zijn intieme leven. Hoe dan ook: iets waar je buiten staat.

Lee Kit, , S.M.A.K., 2016, 02

Dat je dat niet als een belemmering ervaart komt omdat je al binnen was. Dit is het punt waar alles om draait: over het spel dat Lee met binnen en buiten speelt, de wijze waarop hij beelden projecteert in de ervaringsruimte van het individu. Dit is het moment ook dat Johannes Vermeer in beeld komt, de favoriete schilder van Lee en de kunstenaar die hem op het goede spoor heeft gezet.
Een Chinees in de ban van Vermeer, het zal meer voorkomen. Waar het bij Lee Kit om gaat is echter dat hij Vermeer niet alleen bewondert maar ook lééft. Zoals de Hollandse meester het in de zeventiende eeuw deed, zo doet hij nu: al schilderend een plek voor jezelf afbakenen en middels kunst positie nemen in de wereld. Of ook: het leven inrichten rond de intimiteit van het dagelijkse bestaan en de kunst inbrengen om dit uit te vergroten tot een tijdloos, bovenpersoonlijk beeld.
De tentoonstelling in Gent maakt voelbaar wat dit kan betekenen. Je komt binnen in een huiselijk interieur. Het gedempte licht dat door de half afgedekte vensters naar binnen valt, de stukken vloerbedekking die, nauwkeurig gearrangeerd, her en der zijn neergelegd, de schemerlamp in het hart van de ruimte, de blauw getinte muren, uit alles spreekt dezelfde verstilde intimiteit die we ook van de schilderijen van Vermeer kennen. Alleen, nu niet als object van waarneming maar als ruimte van beleving, niet geprojecteerd op een vervlogen tijd maar overgeheveld naar de realiteit van nu.
Niet dat daarmee alles is gezegd, zeker niet. Lee’s werk mag dan alle mogelijke verwijzingen bevatten – behalve naar Vermeer met name ook naar Kafka -, uiteindelijk gaat het toch vooral om Lee zelf, om zijn persoon en zijn verbeeldingswereld. Om een kunst waar je niet zomaar binnen komt maar die des te fascinerender is omdat ze vreemd en ver maar evengoed dichtbij en invoelbaar is.

Lee Kit, A Small Sound in Your Head, S.M.A.K. Gent, tot 4 september

Marten en Oopjen

Rembrandt, Marten Soolmans en Oopjen Coppit, 1634

Het zal voor menig bezoeker even schrikken zijn geweest. Kom je eens kijken waar het in al die verhalen op TV en in de krant nou eigenlijk om te doen is, staan de minister en de museumdirecteur je bij de deur op te wachten om je hoogst persoonlijk welkom te heten. Ik was alleen maar nieuwsgierig, wilde je nog zeggen, maar voor je het wist was je al binnen. De rest ging vanzelf. Je voelde hoe je werd opgenomen in iets groters, iets waarvan je het bestaan niet kende, dat zich moeilijk laat beschrijven maar dat meteen smaakte naar meer. Het aanstekelijke enthousiasme van de minister, al die glunderende mensen om je heen en dan ook nog de schilderijen zelf, hoe ze daar naast de Nachtwacht hingen, geweldig toch!
Voor Marten en Oopjen zelf moet het ook een vreemde ervaring zijn geweest. Best verwarrend ook. Eerst een leven lang deel te hebben gehad aan het intieme leven van baron De Rothschild en dan opeens te worden afgedankt. Louter vanwege het geld. Om daarna weer maandenlang onderwerp te zijn van een pijnlijke touwtrekkerij tussen Frankrijk en Nederland. Met alles wat die aan diep verborgen en lang vergeten gevoelens van eer, prestige en macht aan de oppervlakte bracht. En nu dus in Amsterdam, als het stralende middelpunt van een namens de Nederlandse regering georganiseerde receptie voor het volk. Ook heel vreemd, een zelffelicitatie die blijkbaar in een grote behoefte voorziet maar die toch vooral de verwarring en onzekerheid toont waar de eenentwintigste eeuw aan lijdt.

Rembrandt,  Isaäk en Rebekka, Het joodse bruidje, ca. 1665

Voer voor antropologen. Met kunst heeft het in elk geval weinig van doen en met geschiedenis al evenmin. Je kunt je toch moeilijk voorstellen dat minister Bussemaker niet heeft geweten van de handel waarmee Martens vader rijk geworden is? Een week eerder nog sprak ze op de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij roerende woorden over wat het besef dat de betovergrootvader van haar kleinkind nog als slaaf was geboren met haar deed.
Ook als het over kunst gaat kunnen we kort zijn. De portretten van Marten en Oopjen tonen Rembrandt als de virtuoze vakman die hij op zijn achtentwintigste al was. Niet als de grote kunstenaar die hij nog zou worden. Eén blik in het kabinet links voor de Nachtwacht en je ziet meteen waar het over gaat. Daar hangt een ander dubbelportret, dat van Isaäk en Rebekka, beter bekend als Het Joodse bruidje. Een kunstwerk van een kaliber waarvan er in de hele geschiedenis maar een paar te vinden zijn. Als Taco Dibbets in DWDD ronkt over ‘Rembrandt op de toppen van zijn kunnen’, dan heeft hij het dus niet over déze Rembrandt, wél over de jonge ster die met veel bravoure de wereld betoverde. Die met de portretten als van Marten en Oopjen triomfen vierde in de hoogste kringen van de Hollandse handelselite en daar niet weinig trots op was. De jonge god die, wetende van zijn ware roeping en talent, de inherente potsierlijkheid van dit soort werk met een lach zal hebben afgedaan. Precies wat wij ook zouden moeten doen, met het hele gebeuren eromheen inbegrepen.

Marten Soolmans en Oopjen Coppit, met Willem, Maxima en François Hollande, 2015

Art Basel

Wolfgang Tillmans, 2016, Zonder titel

Wolfgang Tillmans, 2016, Zonder titel

Zelden zoveel glunderende hoofden bij elkaar gezien, je kon erover lópen! Zou het de kunst zijn die dit doet? Of speelt ook iets anders? Eén ding is zeker: geen plek ter wereld waar meer welvaren samenkomt dan in Basel tijdens de vier dagen van ’s werelds grootste kunstbeurs. En dat merk je aan alles, van een glas water van zes euro tot een print van honderdtachtigduizend.
Maar hoe zou het ook anders kunnen? Er is maar één topbeurs en daar wil iedereen naar toe. En die print is een geweldig werk dat hoog op het verlanglijstje van menig museum en verzamelaar staat. Wie zou er zijn bezoekers niet mee willen betoveren?
Het is in de kunst niet anders dan in de rest van de wereld. Ook hier gelden de wetten van de schaarste. Zoals dat er altijd veel meer verlangen en geld is dan visie of smaak. Dat er geen grens is aan kwaliteit en dat alleen het allerbeste de rol toekomt ons werkelijk te vervoeren. Zoals die print van Wolfgang Tillmans bijvoorbeeld, zo’n drie meter hoog, volkomen abstract en toch vol leven, intens van kleur en op een wonderlijke wijze het beste van fotografie en schilderkunst verenigend.

Mark Manders, 2011-15, Room with Unfired Clay Figures

Mark Manders, 2011-15, Room with Unfired Clay Figures

Of de kleisculpturen van Mark Manders, nog zo’n topper. Te koop bij Zeno X uit Antwerpen, naar verluid voor anderhalf miljoen. Prijskaartjes hingen er niet bij maar het zou me niets verbazen. Geweldig werk, mysterieus en fascinerend. Alleen al hoe die koppen de tijd weerstaan en de hele kermis om hun heen reduceren tot ijdele druktemakerij. Kunst waar je niet omheen kunt, ook niet als je er niet zo veel me ophebt.
Waar zie je dit?

Andrea Crespo, 2016, Signals

Andrea Crespo, 2016, Signals

Met groeiende verwondering laat je je meevoeren. Alles bekijken is onmogelijk en het is vooral ook zaak om je antennes goed af te stellen. Zeker als je ook for business en niet alleen for pleasure bent gekomen.
Op de hoofdbeurs valt het meeste sowieso af. Daar ga je vooral heen voor het spektakel van de grote sterren. Zelden dat je er nog werk vindt dat én betaalbaar én relevant is.
Als koper/verzamelaar van jonge, hedendaagse kunst moet je het hebben van de side events, de twee bijbeurzen die elk op zich trouwens ook weer une mer à boire zijn. De eerste, Volta, kun je wel weer schrappen: veel light art en weinig substantieels. Kunst voor boven de bank. Blijft eigenlijk alleen Liste over, de beurs voor ambitieuze galeries die de grenzen opzoeken en veelal met jonge kunstenaars proberen te scoren. Zoals Kraupa-Tuskany Zeidler met Andrea Crespo: 24, vrouw/man, New York, op een even lucide als indringende wijze bezig met kunst die sociale media en biotechnologie inzet voor het onderzoek naar een nieuwe seksuele identiteit. Geestrijk, spannend en 100% van nu.