
Ook hier steelt De nachtwacht de show. En het mooie is dat je in zekere zin dichter bij het origineel bent dan ooit. De ontbrekende delen – de brede stroken links en boven die ooit van het doek zijn afgesneden – zijn hier immers weer toegevoegd. Gereconstrueerd op basis van kopieën die al meteen na de voltooiing van het groepsportret werden gemaakt.
Dat dit nauwelijks indruk maakt komt doordat het eerste dat je constateert iets heel anders is, namelijk dat-ie in het echt zoveel mooier is! Het is simpelweg geen vergelijk. Waar het ‘m precies in zit is moeilijk te zeggen. De diepte van de kleuren? De huid?
Rembrandt, all his paintings is een permanente tentoonstelling in het souterrain van winkelcentrum Magna Plaza in Amsterdam. “Using the latest technique” staat er op het affiche. Dan denk je meteen aan de kwaliteit van de fantastische high resolution afbeeldingen die voor het Google Art Project worden gemaakt. Nou, vergeet het maar. Dat van “the latest” klopt strikt genomen wel, alleen bij veel werken gaat het dan wel om negatieven van zo’n dertig of veertig jaar oud. Veelal ook nog gemaakt van werken in een slechte staat. Met als resultaat veel afbeeldingen met een overheersende rode of bruine waas waar nauwelijks kleur in is te onderscheiden.

Niettemin is een bezoek zeer de moeite waard. Alle schilderijen bij elkaar, alleen dat al maakt dat je een hele nieuwe kijk op de kunstenaar en zijn werk krijgt. 325 stuks, in chronologische volgorde op origineel formaat.
Voor het grootste deel portretten. Heel verhelderend en ook wel enigszins ontluisterend. Hiermee verdiende hij dus zijn geld! Met al die de tronies van Amsterdamse kooplieden met hun aanhang. Veelal lompe koppen en lijven die recht voor de raap in beeld gebracht zijn. Parels voor de zwijnen. Rembrandt wist dat zelf ook wel en deed niet veel moeite het te verhullen.
Wat je je ook realiseert is dat je alle grote werken wel kent. Nieuwe ontdekkingen zijn er niet bij. De toppers zijn niet voor niets zo bekend. Hoeveel zijn het er eigenlijk? Zo’n vijftig, misschien zestig? Gemiddeld één à twee per jaar.

Nog iets dat je nu pas echt ziet: hoe dichter bij het einde, hoe sterker het wordt. Als je ze bijna allemaal hebt gehad en je het laatste stukje van het parcours binnenstapt, barst het nog een keer helemaal open. Geweldig! Daar hangen ze allemaal naast elkaar: Jacob zegent de zonen van Jozef, Het Joodse Bruidje, De terugkeer van de verloren zoon, En dan ook nog die fantastische reeks late zelfportretten.
Rembrandt, all his paintings, Magna Plaza Amsterdam

Twee ogen en doktersslangetje: het naamlogo van het oogziekenhuis in Rotterdam zegt het in beeld en taal tegelijk; alles is hier oog.
Gigantisch uitvergrote letters van de klassieke oogtestkaart sieren de drie verdiepingen hoge wand van de vide. In helder rood wel te verstaan. In de gangen wordt het wat dichterlijker en lees je in hoog reliëf: ogenlust, oogverblindend, oogluikend, ooglijk. Hier is duidelijk flink op gebrainstormd. Hoe kunnen we de zegeningen van het zien uitdragen?
Nog niet zolang geleden heette het nog onomwonden het Ooglijdersziekenhuis. Oog, lijden en ziekte in één woord verenigd. Ik kan je verzekeren dat dit veel dichter raakt aan het gemoed van de gemiddelde bezoeker dan de opgelegde opgewektheid van ‘ooglijk’.

Niet dat ik naar vroeger terug verlang. Heel fijn dat er koffie met iets lekkers klaar staat in de patiëntenkamer, je niet eindeloos hoeft te wachten en iedereen heel open en communicatief is. Maar het is een subtiel evenwicht. Als ‘onooglijk’ bij voorbaat niet mag keert de boodschap zich weer om. Welke werkelijkheid moet al dat positivisme afdekken? Zoals die mevrouw aan de ontvangstbalie. Zó vriendelijk dat het bijna leek alsof ze blij was je te zien.
Nou, dat was dan niet wederzijds. Niemand komt hier voor de lol.
Vanmorgen in de trein op weg naar Rotterdam toch nog maar even een foto gemaakt. Inmiddels zie ik er weer wat normaler uit en kan ik met een opgelucht gemoed mededelen dat het allemaal goed gegaan is. De operatie maandag is zonder problemen verlopen en de ingreep lijkt het gewenste effect te hebben.
Een dag lang heb ik in een schimmenwereld geleefd. De zalf op mijn geopereerde oog en het kapje ervoor zorgden voor een extreem soft focus effect. Een vreemde en niet onaangename ervaring moet ik zeggen. Het was alsof álles zachter was geworden, niet alleen het licht en de kleuren maar ook de geluiden. Dichter bij jezelf en met de wereld een beetje op afstand leek alles ook veel langzamer te gaan. Zeg maar gerust ook lichter.

Kazimir Malevich, Supremus, 1916
De Russen houden me nog steeds bezig. Zondag a.s. geef ik in het Bonnefantenmuseum de laatste lezing van de reeks The Big Change. Drie lezingen voor Studium Generale over de doorbraak van de moderne kunst in Rusland in het begin van de twintigste eeuw (in het Engels).
Art and Revolution is de titel. Onderwerp is de periode tussen 1913 en 1917 die alleropwindendste fase, als de doorbraak van de abstracte kunst samenvalt met een radicale politieke omwenteling. Een uniek gegeven dat Rusland blijvend een aparte plaats heeft bezorgd in de Europese geschiedenis. Kunst als instrument van verandering, overal in Europa stond het onderwerp hoog op de agenda, alleen in Rusland werd het geconcretiseerd.
Helemaal een verhaal zoals je het graag zou willen vertellen, ware het niet dat de waarheid ook hier weer spelbreker is. Elke geschiedenis is een constructie achteraf, de werkelijke gebeurtenissen zijn vaak niet meer dan een reeks van losse feiten en toevalligheden.
Natuurlijk waren er allerlei kunstenaars die, meegevoerd door de opwindende geest van radicale verandering, experimenteerden met nieuwe en hoog gegrepen ideeën, Maar toen in december 1915 in Petrograd de historische tentoonstelling 0,10 werd gehouden wist nog niemand van de Revolutie die zou komen en de context die deze aan de nieuwe kunst zou toevoegen. Kazimir Malevich presenteerde er voor het eerst zijn abstracte schilderijen waaronder het beroemde Zwarte Vierkant. Wij weten: dé grote doorbraak. Voor de kunstenaar zelf echter moet het een grote gok zijn geweest. Feit is dat hij al zo’n twee jaar met zijn abstracte werk bezig was, terwijl hij tegelijkertijd ook nog werk in een heel andere opvatting schilderde.
Het verhaal wordt er niet eenvoudiger van, wél interessanter. Hoe dieper je erop ingaat hoe meer je de menselijke kant ervan gaat zien. Alles wat met zoveel grote woorden is omkleed, kan uiteindelijk teruggebracht worden tot concrete stappen die op het atelier werden gezet. Die van Malevich, maar ook van Larionov, Popova, en vele anderen. Hier gebeurde het, in de dagelijkse praktijk waar in een proces van trial and error, van tasten in het duister, telkens weer nieuwe mogelijkheden werden onderzocht. Geconcretiseerd in verf, vorm en kleur.
Ga voor nadere informatie en/of aanmelding naar Studium Generale Maastricht
Zie ook: De Grote Verandering

Wat het Palais des Papes in Avignon vooral zo indrukwekkend maakt is dat het niets te bewijzen heeft. Waarmee niet gezegd is dat het bouwwerk geen spierballen toont. Integendeel, als een gigantisch, massief blok van steen rijst de pauselijke residentie hoog uit boven de stad. In deze burcht zetelt de macht, daar kan geen misverstand over bestaan.
Waar het om gaat is de wijze waarop dit gebeurt. Zonder nadruk of vertoon, zonder enige behaagzucht ook. Het is er simpelweg. Uit alles spreekt een vanzelfsprekendheid die van elke twijfel is gevrijwaard.
Ook de façade aan het plein, het representatieve gezicht van het paleis, laat dit zien. Twee obligate torentjes markeren de ingang, verder is het gebouw ook hier uitgesproken sober en in zichzelf gekeerd. Je zou het ook als een tekort kunnen zien en het hebben over het ontbreken van elegantie of stijl. Ware het niet dat het superieure gezag van het bouwwerk je nu juist de futiliteit van dergelijke kwaliteiten doet beseffen.

Hoe anders is de kerk die er naast ligt. Deze maakt deel uit van de negentiende-eeuwse inrichting van de stad waar onder andere ook het aanpalende stadspark en het nabij gelegen theater toe behoren. Hier betreden we een heel andere wereld, die van de burgercultuur die zich in de publieke ruimte manifesteert. Alle gebouwen en monumenten zijn er voorzien van opschriften die hun functie verklaren. Ze zijn ontworpen in een stijl die uitnodigt om over geschiedenis na de te denken en voorzien van reliëfs en beeldengroepen die hun verhaal naar buiten brengen.

De kerk naast het Palais des Papes is hiervan een heel fraai voorbeeld. De vergulde Maria op de westtoren strekt haar armen uit naar haar zoon aan het kruis beneden haar. Ze vormt het centrum van een enorme ruimtelijke accolade die via de beeldengroep op het podium vóór de kerk en de uitwaaierende trappen aan weerszijden hiervan, zijn armen naar het plein en de stad uitslaat. Architectuur en beeldhouwkunst zijn verenigd in een operette-achtige enscenering die op een direct invoelbare en spectaculaire wijze het geloof aan de man brengt. Een geloof dat zich van zijn menselijke kant wil laten zien, maar dat tegelijkertijd in zijn veruiterlijking verraadt hoezeer het aan gezag heeft verloren.


Vroeger werd hier gewerkt aan de locomotieven van de NS. Een geweldige plek waar je meteen van in de ban bent. Niet echt een gebouw maar meer een gigantische structuur van stalen stutten en balken. Uniek in zijn soort en al meer dan honderd jaar oud. Afbreken is geen optie, dit is uniek industrieel erfgoed.
Ooit moet er dus een nieuwe bestemming voor gevonden worden. Wat geen gemakkelijke opgave is, zeker niet als je het gebouw in zijn oorspronkelijke gedaante wilt bewaren. Ga er maar aan staan, ik zou het echt niet weten.
Hoe het ook zij, de hal is op zich al een bezoek aan de tentoonstelling waard. Temeer omdat er nu nog niets mee is gebeurd. Voor wie er ooit geweest is: vergelijk het met de Onderzeebootloods in Rotterdam, maar dan nog veel mooier en krachtiger. Ook weer zo’n ruimte die zich nergens van bewust is. Die er gewoon is, groots en imposant. Louter functioneel, niet beladen met welke idee of gedachte dan ook.

Op allerlei plekken kletterde het regenwater naar binnen. In een vleugel was de stroom uitgevallen en wegens sloopwerk aan aanpalende gebouwen was een ander gedeelte niet voor publiek toegankelijk. Kleinigheden waar niemand om maalt. Althans hier niet.
En dan was er ook nog zoiets als kunst. Bij voorbaat gedoemd tot een bijrol, maar so what? Neem de kar met bouwafval van Peter Buggenhout. Een enorme, constructivistische sculptuur die hier perfect op zijn plek is. Mooi en indrukwekkend, juist ook in zijn machteloze poging om deze stoere omgeving van repliek te dienen.
Het hertje van Burkhard Blümlein doet hier geen enkele poging toe, maar biedt in zijn schichtigheid niettemin het perfecte tegenbeeld.
Slow Burn, Spoorzone 013, Tilburg, tot 23 juni

Femmy Otten, If you were coming in the fall, 2012
Femmy Otten is de winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2013. De krant wijdde gisteren liefst drie pagina’s aan de kunstenaar. ‘Scherp en schmierend’ stond er boven het hoofdartikel. De loftuitingen logen er niet om. Een kunstenaar die de liefde bedrijft met haar materiaal, dit is fijnschilderen met verf, hout en gips. “Het ambacht is weer helemaal terug”, voegde de kunstenaar er zelf aan toe, “net als schoonheid”.

Chaim van Luit, Zonder titel, 2012
Chaim van Luit was ook genomineerd maar heeft dus niet gewonnen. Vorige zomer zag ik voor het eerst werk van hem. Vooral de video met de fiets maakte meteen indruk. Een allereenvoudigst filmpje met allereenvoudigste middelen tot stand gekomen. Een op het stuur gemonteerde camera gericht op de voorband, een paar plassen rood, geel en blauw op de vloer van het atelier en rijden maar.
Zou hij niet gewonnen hebben omdat zijn werk ambachtelijk gezien niets voorstelt? Als je afgaat op het artikel over Femmy Otten moet je vrezen van wel. Daar gaat het immers over vrijwel niets anders dan hoe knap het wel niet is gemaakt. Daar is op zichzelf helemaal niets op tegen, maar tegelijkertijd: het is een garantie voor niks.
De vraag komt telkens weer terug: waarin zit ‘m de kwaliteit van kunst? En daar is maar één antwoord op: het is de kracht van het beeld, dommie! Als daar een hoop gepiel en gepruts bij komt kijken, prima! Maar draai de rollen vooral niet om. Voor je het weet gaat het over van alles, behalve over kunst.
Afgaande op wat ik van haar werk zie lijkt Femmy Otten me een geestrijk kunstenaar die niet uit een vaatje tapt. Die prijs is helemaal oké. Wat niet wegneemt dat ik hoop dat het de volgende keer weer iemand als Chaim van Luit wordt.
Het werk van Femmy Otten en de andere genomineerden is te zien in het Stedelijk Museum Schiedam, tot 16 juni.