Arnulfje spelen

Arnulf Rainer, Zonder titel, 1971

Arnulf Rainer, Zonder titel, 1971

Zelfs bij Arnulf Rainer treedt dit effect op: zodra je er wat verder in duikt kijk je toch weer met andere ogen. Ja natuurlijk, Oostenrijk direct na de oorlog, wat een wereld! Al die verdrongen verlangens, al die schuld. En dan ook nog die bergen. Lees er Thomas Bernard nog maar eens op na.
Rutger Pontzen zette het vandaag in de Volkskrant mooi in perspectief. Hoe de jonge Arnulf zich na de oorlog met zijn Selbstdarstellungen en Übermahlungen radicaal teweer stelde tegen heel die massieve bekrompenheid en hypocrisie. En hij, net als zijn generatiegenoten Hermann Nitsch en Günter Brus, plaatsvervangend voor een hele natie, de diepste krochten van de ziel opzocht om een vrije uitstroom van onbewuste gevoelens mogelijk te maken.
Of ik er de gang naar het Cobra Museum voor zal maken weet ik nog niet. Want als er nu één kunstenaar is waar ik al lang op was uitgekeken dan Arnulf Rainer wel. Wat wil je ook? Veertig jaar, wat zeg ik, zéstig jaar hetzelfde kunstje. Heel even was het best opwindend, ergens eind jaren zeventig, toen we  waren verdwaald in de dorre woestijn van de minimale en conceptuele kunst en we ons dankbaar stortten op alles waar het echte leven uit sprak. De Neue Wilden, Duitse schilderkunst sowieso en dus ook Arnulf Rainer. Zijn werk was een en al levensdrift, onbeteugeld, rauw en confronterend. Daarbij was het ook écht nieuw, alleen al vanwege de inbreng van fotografie, een medium waar toen nog vrijwel niemand iets mee deed.
Maar de houdbaarheid ervan bleek beperkt. Rainer is een verdomd goede schilder daar niet van, maar al die heftigheid, alsmaar datzelfde pathos, vroeg of laat haak je af. Hoe meer je ervan ziet hoe meer het zichzelf uitholt.
Morgen opent het Cobramuseum een overzichtstentoonstelling van de kunstenaar samengesteld door Rudi Fuchs. Misschien toch maar naar toe.

Arnulfje spelen, met kruis
Nog even terug naar de Volkskrant. ‘Kras uw eigen Arnulf’ staat er groot op de voorpagina van de cultuurbijlage. ‘Maak van deze cover een echte Arnulf en bezoek gratis zijn overzichtstentoonstelling in Amstelveen’. Een grap zou je zeggen, maar helaas, dat blijkt nergens uit, ook niet als de actie verderop nader wordt toegelicht. Ik ben heel erg voor een kunst die van iedereen is, het Bildungsfort waar de kunstprofessionals zich in verschansen mag wat mij betreft helemaal worden afgebroken, liever vandaag nog dan morgen. Maar wat als dit soort infantilisering ervoor in de plaats komt?
Groot rood kruis erdoor en bij de kassa inleveren. Het museum heeft beloofd ze allemaal op te hangen.

Arnulf Rainer, Cobra Museum Amstelveen, tot 30 augustus

In Memoriam

Timur Si-Qin, In Memoriam, 2014
Timur Si-Qin, In Memoriam, 2014

Het was vorig weekend op Art Cologne. Ik zag het werk in het voorbijgaan en even later pas kwam het binnen. Terug dus, kijken of het meer was dan alleen die flits. Want zo gaat dat op een kunstbeurs. Op zoek naar iets bijzonders moet je je als aankoopadviseur een weg zien te banen naar die 10% die echt wat voorstelt in de hoop uit te komen bij dat ene stuk dat nou net mooi in de collectie past. Maar daarvoor moet je wel alles scannen en met die hele fanfare van honderden werken die om voorrang dringen ontkom ook jij niet aan de waan van het moment.
Maar goed, daar stond ik dus voor In Memoriam van Timur Si-Qin (1986, Berlijn). Wat zou het doen bij wat langer kijken?

Stèle van een jongeling, Athene, ca. 340 v.C.
Stèle van een jongeling, Athene, ca. 340 v.C.

In eerste instantie niet zo heel veel eigenlijk. Wel meteen het besef dat je in elk geval niet in het ootje wordt genomen. Simpelweg omdat het daarvoor te streng is. En ook dat de kunstenaar zijn vak verstaat. Strakke foto toch? Helemaal zoals het hoort. Was het niet Armani die met dit soort klassieke zwart-wit-composities scoorde? Met van die jongens en meisjes die net van hun puisjes af zien maar wel kijken alsof ze door alle wateren zijn gewassen. Koel en broeierig tegelijk.
Mijn volgende associatie was Manet. Waar in diens Déjeuner sur l’herbe de twee mannen gekleed zijn en de vrouw naakt, is het hier precies andersom. Misschien wat dun, maar toch.

Timur Si-Qin, Premier Machinic Funerary Part II, 2014
Timur Si-Qin, Premier Machinic Funerary Part II, 2014

De echte klik kwam pas toen ik er thuis verder in dook. In Memoriam blijkt deel uit te maken van Premier Machinic Funerary een reeks van installaties die Timur Si-Qin op zijn site beschrijft als ‘de verbeelding van een vorm van hyper-commerciële voorouderverering’. In deze installaties hebben de foto’s de functie van grafstèles. Precies zoals het bij de oude Grieken was maar dan met de beeldtaal van nu. We zien betreurde jonge helden, gesneuveld in de bloei van hun leven, hun prachtige lichamen als beeld van ultieme kwetsbaarheid. Was schoonheid ooit tragischer?
De kracht van de foto van Timur Si-Qin zit ‘m vooral in de ernst die eruit spreekt. Waar popart van Warhol tot Koons altijd tot een zekere ironische distantie uitnodigt word je hier meteen getroffen door een gevoel van deemoed. Dat terwijl de wapens van de verleidingsindustrie nog helemaal intact zijn.

Abercrombie & Fitch, New York, 2009
Abercrombie & Fitch, New York, 2009

Van de torsen van Abercrombie & Fitch tot de klassieke naakten in de musea, Timur Si-Qin ziet ze als nauw verwante fenomenen die tot het basis-dna van onze cultuur behoren. Deze laatste ontwikkelt zich door de eeuwen heen als een levend organisme dat zich telkens weer aan nieuwe omstandigheden aanpast maar ook een aantal wezenlijke kenmerken behoudt. Er ontvouwt zich een hele nieuwe kijk op kunst en geschiedenis, eentje waarin de tijd een heel andere rol speelt, om van de individuele kunstenaar nog maar te zwijgen.
Sterk werk.

Odalisk

Henri Matisse, Odalisque, 1920-21

Wij kennen haar nauwelijks meer maar tot ver in de twintigste eeuw was de odalisk een bekende verschijning, althans in de wereld van de kunst. Als de exotische, oosterse schone belichaamde ze een fascinerend beeld van de vrouw: ongrijpbaar en begeerlijk, verheven en sensueel en mét heel haar uitgesproken erotiek, onschuldig en puur. Van de multiculturele samenleving had nog niemand gehoord, de wereld was groot en alles wat niet-westers was had bij voorbaat een aura van onbedorvenheid. Wij waren met ons rationeel bewustzijn vervreemd van de natuur, zij waren er een mee. Wij waren gecorrumpeerd door lust en begeerte, zij leefden naar eeuwenoude regels en tradities. Met name de islamitische wereld sprak tot de verbeelding. Dichtbij en mysterieus tegelijk, doortrokken van een rauwe zinnelijkheid, maar ook verfijnd en sensueel. Het oriëntalisme, een brede tendens die vanaf de vroege negentiende eeuw mét de moderne wereld opkwam, bracht het allemaal naar voren, met de odalisk als dé icoon.


Pablo Picasso, Femme nue devant le jardin

‘Matisse liet me zijn odalisken na’ was de opmerking waarmee Picasso zijn grote rivaal herdacht. Niet lang na diens overlijden schilderde hij Femme nue devant le jardin, een sterk werk uit zijn late oeuvre, een topstuk ook uit de collectie van het Stedelijk. Met het doek sloot de schilder een traditie af waarvan hij en Matisse de laatste grote exponenten waren.

Eugène Delacroix, Femmes d’ Algers, 1834 / Dominique Ingres, La Grande Odalisque, 1814 / Gustave Courbet, Le sommeil, 1866

Deze begon toen met de komst van de odalisk het klassieke academische naakt een nieuwe vrijheid en vitaliteit werd ingeblazen. Delacroix deed het met kleur en Ingres met lijn, Courbet zocht het vooral in de verfhuid en de zuivere plastiek. In het begin van de twintigste eeuw sloten Matisse en Picasso hierbij aan met een kunst die louter nog ging over haar eigen taal. Een kunst die zuiver vorm en kleur was maar die evengoed nog wel een onderwerp nodig had, liefst een dat zo dicht mogelijk bij haar eigen wezen lag. Een stilleven met vruchten bijvoorbeeld, een rijk aangekleed interieur, óf de odalisk dus, het onderwerp dat zo’n beetje alles waar schilderkunst over gaat in zich verenigt.
Matisse’ Odalisk uit de collectie van het Stedelijk is er een heel mooi voorbeeld van. Het exotische model is een ideaal motief. Alles wat zij aan sensaties oproept valt samen met wat uit de kleuren en de penseelstreken spreekt. Dezelfde rust en warmte, dezelfde nabijheid, de huid, zelfs de geur: vrouw en doek zijn één. Verenigd in een beeld dat staat voor een bestaan dat is bevrijd van alle last, dat wars is van elk vertoon, één met zijn oorsprong en volkomen natuurlijk aan zichzelf is gewijd.

Matisse in het Stedelijk is de titel van de inleidende lezing die ik bij de tentoonstelling De oase van Matisse geef. Klik op onderstaande links voor aanmelding:
Eindhoven, Van Abbemuseum, zondag 19 april, 14.00 – 16.00 (nog maar enkele plaatsen beschikbaar!)
Den Haag, Gemeentemuseum, zondag 26 april, 11.00 – 13.00
Maastricht, Zuyd Hogeschool, woensdag 29 april (i.s.m. HOVO Zuyd), 11.00 – 13.00

Kunst in de uitverkoop

Lidy Jacobs, Pink Couple, 2009

Soms moeten de dingen gezegd worden.
Voor de late Rembrandts staan eindeloze rijen, de opening van de Matisse-tentoonstelling leverde een bijna avondvullende tv-uitzending op, de bezoekersaantallen schijnen nog altijd toe te nemen, en toch, wie de ogen een beetje open heeft kan er niet omheen: de museumwereld zit behoorlijk in de knel. En steeds meer.
Hóe erg realiseerde ik me pas echt toen ik onlangs in De Fundatie In Search of Meaning bezocht. Het was niet eens het treurige niveau van de tentoonstelling. Wat me vooral trof was dat het allemaal zo liefdeloos in elkaar was gezet. Zonder inspiratie en dus ook zonder respect, noch voor de deelnemende kunstenaars, noch voor de bezoeker. Mensbeelden in globaal perspectief was de subtitel, je moet maar durven.
Ik had echt te doen met de deelnemende kunstenaars, althans zeker een aantal. Neem Lydi Jacobs. Vertegenwoordigd met sterk werk dat over een intense maar ook uiterst persoonlijke en kwetsbare seksualiteit gaat. Goed dat het getoond wordt, daar niet van. Maar zó, in déze context? Mijn hart kromp ineen.
De tentoonstelling is gelukkig voorbij maar ik ben bang dat we het nog lang niet gehad hebben met dit soort concepten. Het zal eerder meer dan minder worden. Steeds meer ‘keuzes uit eigen collectie’, al dan niet opgeleukt met een spannend thema of dito gastcurator.
Een van de belangrijkste redenen is natuurlijk het geld. Waar de ophef van een tijdje terug nog ging over voorgenomen bezuinigingen, zijn de danig gekrompen budgetten inmiddels kille realiteit geworden. Dat terwijl musea, om mee te kunnen in een snel veranderende wereld juist steeds meer moeten bieden. Een bijna onmogelijk opgave, zeker voor een ambtelijke organisatie die op ouderwets degelijke rechtsposities is gebouwd. Met alle stroefheid van dien.

Lidy Jacobs, Waiting Figure, 2013

Wat is dan de toekomst? De kunst is als water, die vindt haar weg wel. Maar voor het museum als instituut geldt eerder het omgekeerde. Dat wordt steeds meer een in zichzelf gekeerd bastion waar de wereld langs doorstroomt.
Grote musea als het Rijks of het Stedelijk kunnen zich op een internationaal publiek richten en hebben nog middelen en mogelijkheden. De subtop heeft het al veel lastiger, om over de regionale instellingen maar te zwijgen. Wie niet naar het redmiddel van de blockbusters wil of kan grijpen en ook niet de kunst in de uitverkoop wil doen, lijkt voor een bijna onmogelijk opgave te staan.

Matisse in het Stedelijk

Henri Matisse, La Grande robe bleue, fond noir, 1937

Van de vele redenen die er zijn om de Matisse-tentoonstelling in het Stedelijk niet te willen missen is er een die helemaal apart staat: La Robe bleue, fond noir uit 1937.
Natuurlijk, vrijwel alle getoonde werken zijn iconen uit de kunstgeschiedenis, van een kaliber dat maar hoogst zelden in Nederland te zien is. Zeker wat Matisse betreft zijn we niet verwend. Ga maar na, behalve met de Odalisque in het Stedelijk – een fraai maar niet onderscheidend werk uit de jaren twintig – is de meester in geen enkele collectie vertegenwoordigd.
La Grande robe bleue, fond noir is niet alleen een van de mooiste Matisses ooit, het staat ook voor het begin van de rijke late fase van het oeuvre, de jaren waarin de meester met name ook met zijn beroemde knipsels tot ongekende hoogten kwam. Het doek is een wonder van design. Zelden is het zuiver decoratieve zo overtuigend tot de essentie van schilderkunst gemaakt. Kijk naar het subtiele spel met lijn en vlak, met warme en koude, lichte en donkere kleuren. Met symmetrie en asymmetrie vooral ook. Hoe de compositie tot een uiterst eenvoudig schema is teruggebracht en tegelijkertijd een en al leven en vrijheid is.


Lydia Delektoreskaya

La Grande robe bleue is bij uitstek ook het schilderij dat het verhaal van Lydia Delektoreskaya vertelt, de verpleegster, de muze, het model, of moeten we zeggen, de geliefde die in het leven van de oude meester zo’n grote rol heeft gespeeld. Helemaal een verhaal van de twintigste eeuw. Van Russische afkomst, in 1917 als kind met haar ouders gevlucht voor de gewelddaden van de revolutie en na een door geldgebrek afgebroken studie medicijnen aan de Sorbonne, kwam de mooie Lydia in de jaren dertig terecht tussen rijke Russische emigrés aan de Côte d’Azur. Daar verdiende ze haar geld onder andere als model. De eerste keer dat ze voor Matisse poseerde was toen deze aan zijn fameuze Roze naakt werkte. In La Robe bleue treedt ze naar voren als de beminde muze die ze daarna al gauw werd. Lydia was het ook die aan zijn zijde stond na zijn zware operatie in 1941, toen de dokters hem nog maar een half jaar gaven en hij vervolgens zijn wederopstanding vierde met een grandioos laat oeuvre. De gouaches découpées in het Stedelijk zijn daarvan de stralende getuigen.

Matisse in het Stedelijk is de titel van de inleidende lezing die ik bij de tentoonstelling geef. Klik op onderstaande links voor aanmelding:
Eindhoven, Van Abbemuseum, zondag 19 april, 14.00 – 16.00
Den Haag, Gemeentemuseum, zondag 26 april, 11.00 – 13.00
Maastricht, Zuyd Hogeschool, woensdag 29 april (i.s.m. HOVO Zuyd), 11.00 – 13.00

Matisse vs Picasso

Henri Matisse, Henri, La Blouse roumaine, 1940 / Pablo Picasso,Tête de femme (Dora), 1940

Gisteren DWDD gezien? Met Jasper Krabbé over de tentoonstelling van Matisse in het Stedelijk. Valt heel veel over te zeggen en te zeuren – wat klopte er eigenlijk wél? – maar één ding toch vooral: de opmerking dat Matisse de allergrootste zou zijn en niet Picasso. Een bij voorbaat onzinnige uitspraak die niettemin om een reactie vraagt.
Wat maakt een kunstenaar groot? Is het zijn vakmanschap of komt er meer bij kijken?
Dat de écht groten over uitzonderlijke talenten beschikken is waar. Van Gogh, Rembrandt, Vermeer, ze hebben allemaal iets dat je bij niemand anders in die kwaliteit tegenkomt. Gevoel voor kleur, voor textuur, voor licht en ruimte, dat soort dingen. Voor Matisse geldt dit ook. Geen groter colorist dan hij, geen groter tekenaar ook. Alleen die combinatie al maakt zijn werk uniek. Over zijn geweldige kwaliteiten als arrangeur en componist hebben we het dan nog niet eens gehad. Wat hem ook onderscheidt is dat hij als geen ander voor een autonome kunst stond. Matisse was dé belichaming van het ‘l’art pour l’art’. Toen Europa brandde en in één groot knekelhuis veranderde, schilderde hij in Nice, bijna letterlijk met de rug naar de wereld, een aantal van zijn beroemdste doeken: La Blouse romaine of Nature morte au magnolia, werken van een ongeëvenaarde zeggingskracht en verfijning, iconen van de westerse kunstgeschiedenis, dé belichaming van alles wat La Belle Peinture door de eeuwen heen als ideaal heeft ontwikkelt. Niet voor niets werd hij na de oorlog in Frankrijk bejubeld als de kunstenaar die in de donkere jaren van de bezetting fier de tricolor hoog hield.
Picasso schilderde Guernica. En in het verlengde daarvan die geweldige reeks portretten van vrouwen. Intens huilend, met verwrongen koppen, vaak ook ronduit lelijk, je met holle ogen aankijkend en in grauwe kleuren getuigend van de absurditeit van het bestaan.
Pure schoonheid tegenover menselijk drama, hoe zou je dat kunnen vergelijken?
Twee schilderijen uit 1940 ter illustratie.

Binnenkort zal ik trouwens een aparte inleiding geven bij de Matisse in het Stedelijk. Bij voorbaat een geweldige tentoonstelling. Ik moet nog even kijken waar en wanneer precies. Nader bericht volgt.

De oase van Matisse, Stedelijk Museum Amsterdam, vanaf 27 maart tot 16 augustus