Mr. Turner

William Turner, Het slavenschip, 1840

Over Mr. Turner valt heel veel te zeggen. Als film, als tijdsdocument, als verhaal, maar vooral ook als ode aan de schilderkunst. In alle lof die Mike Leigh voor zijn tweeënhalf uur durende biopic oogst zou dat wat mij betreft veel meer aandacht mogen krijgen: hoe de cineast schilderkunst tot leven weet te brengen, niet alleen door hautnah op de kunstenaar te filmen, maar ook door ons via de camera met zijn ogen te laten kijken.
Als persoon isTurner knorrig en stuurs, ongemanierd, soms op het dierlijke af. Een eigenzinnige geest die zich heeft bevrijd uit het keurslijf van een eeuwenoude orde en die lak heeft aan conventies. De wereld is van hem en de natuur is de spiegel van zijn gemoed. Echter, de vrijheden en mogelijkheden die zijn tijd hem biedt stellen hem ook bloot aan diepe twijfels.  Zijn famous last words  – The sun is god! – suggereren dat het in heel die grootse artistieke onderneming waar hij zijn leven aan wijdde, uiteindelijk maar om één ding te doen was: op hoogst persoonlijke wijze een antwoord te formuleren op de grote vragen van het bestaan. Even was er een tijd dat dat een reële mogelijkheid leek, toen de moderne wereld nog jong was en onwetend van alles wat haar te wachten stond.
Op 23 december en 6 januari geef ik voor Natlab een inleiding op de film. Mr. Turner in breder perspectief en een toelichting op de belangrijke momenten, kunstwerken en personen die de revue passeren.

23 december en 6 januari, Mr. Turner, inleiding, Natlab Eindhoven, kaarten à € 5,- bij Natlab, klik hier voor tickets en meer informatie, www.natlab.nl

David Hockney Painting Life

 

David Hockney, Carrowby Hill, 1998

Weinig kunstenaars zo loveable als David Hockney. Dat was altijd al zo, maar waar uit het vroege werk nog de coole houding van de hippe kunstenaar sprak, laat de oudere meester alle maskers vallen. Wie vorig jaar de tentoonstelling van Hockney’s latere landschappen heeft gezien zal het beamen: dit is een kunstenaar die je in de eerste plaats wil laten meegenieten van het plezier dat hij in zijn vak heeft. Nooit was de vraag naar het hoe en waarom van kunst zó overbodig.
Carrowby Hill is een mooi voorbeeld, geschilderd in 1998 toen Hockney een tijdlang bij zijn moeder in Engeland logeerde en dagelijks in een open auto met een rustig gangetje door het landschap van zijn jeugd toerde. Zodra je het werk ziet heb je het gevoel dat het er altijd al was. Je had er alleen nog geen kennis van genomen. Volkomen relaxed geschilderd en met een onderwerp dat hier perfect bij past. Ook dat is er simpelweg en maakt des te meer indruk omdat het zich niet bewust lijkt van zijn eigen schoonheid.
Maar er is meer. Op zijn geheel eigen speelse en open manier kaart de schilder wel degelijk fundamentele vragen aan. Hoe kunnen we ons verhouden met een wereld die alle richting en betekenis verloren heeft? Anders gezegd: hoe kan ik in déze wereld kunst met een ziel maken?
Het eerste antwoord is al gegeven: door onderwerpen te kiezen die na aan je hart liggen, die voor iedereen herkenbaar zijn en die alleen nog naar het oppervlakte van het bewustzijn gebracht hoeven te worden. Of het nu het Engelse landschap is, de gay scene in Californië, zijn moeder in Bradford of zijn hondjes op het atelier in Santa Monica, alles komt voort uit het leven zelf.

David Hockney, David, Pearblossom Highway, 11-18th April 1986

Het tweede heeft te maken met de wijze waarop hij dit doet. Pearlblossom Highway, een grote fotocollage uit 1986 en een van de hoogtepunten uit het oeuvre is hiervan een treffend voorbeeld. In zowel onderwerp als uitvoering precies het tegenovergestelde van Carrowby Hill maar qua zienswijze er nauw mee verwant. Zoals de laatste is opgebouwd uit een patroon van sterke vormen en kleuren bestaat de eerste uit een veelheid van kleinere foto’s. Elk afzonderlijk staan deze voor betekenisvolle waarnemingen. Meer of minder naar de voorgrond gebracht, variërend in relevantie, belang of nadruk. Kijken is hier geen objectieve registratie maar een actieve uitwisseling waarin de dingen een even groot aandeel hebben als de kijker.

Zie ook Op bezoek bij Christopher en Don

Poverty Porn

Renzo Martens maakte als kunstenaar en documentairemaker naam met Enjoy Poverty, een film waarin hij de de wereld op de kop zette en je als toeschouwer dwong om nieuw positie te kiezen. We zien de kunstenaar die arme Afrikanen instrueert hoe ze met camera’s de ellende om hen heen zo goed mogelijk kunnen vastleggen. Met als doel ze te leren zo effectief mogelijk in te spelen op de vraag naar poverty porn en optimaal te kunnen profiteren van hun belangrijkste exportproduct. Als aanmoediging werd in het hart van het dorp een grote neonreclame geïnstalleerd met de oproep ENJOY – PLEASE – POVERTY. Het is al weer zo’n tien jaar geleden maar telkens als ik de naam van de kunstenaar hoor zie ik de beelden weer zó voor me.

Renzo Martens is via het Institute for Human Activities nog altijd actief in Afrika. Zijn nieuwste werk komt voort uit een project in Congo. Kunstenaars en activisten werken hierin samen met arme plantagearbeiders en hopen ‘for the workers on the plantation to accumulate capital through critical art production, to join a more lucrative post-Fordist economy’. Met dat laatste wordt een fijnmazige economie bedoeld die, in tegenstelling tot de klassieke kapitalistische, geënt is op de daadwerkelijke noden en behoeften van de samenleving.
De grote chocolade sculpturen die de kunstenaar op dit moment in het Van Abbemuseum toont zijn afgietsels van zelfportretten die de arbeiders in Afrika maakten. Made possible by Barry Callebaut luidt de tekst erboven. Zal toch ironisch bedoeld zijn, het gaat hier immers om ‘s werelds grootste chocoladeproducent, een van oorsprong Belgische onderneming die toch zeker ook vuile handen overgehouden zal hebben aan de cacaoproductie in de voormalige kolonie? Of is het toch serieus bedoeld en gaat om een Wiedergutmachung? Als je het allemaal goed wilt begrijpen moet je de tekst lezen op de site van het Institute.

Overigens, de op zaal geproduceerde kleinere chocolade afgietsels van de koppen zijn à € 39,50 te koop in de museumshop. Interessant maar ook best ingewikkeld allemaal en dat is ook een beetje het punt. De vraag blijft natuurlijk: doet het wat als kunst? Word je geraakt door wat je ziet? Of mikt de kunstenaar erop dat we, zodra we dit soort lamentabele koppen en figuren zien – nog donker ook -, meteen ach jee denken en er daarom op af gaan? En als dat zo is, wordt het dan toch niet weer meer porno dan kunst?

Renzo Martens, Bekentenissen van de imperfecte, Van Abbemuseum tot 22 februari

Façade

- Bijna iedereen heeft hier twee banen. Je leeft continu op het randje en toch, niemand wil weg. New York is gewoon dé stad. Er is zo’n ongelooflijke energie.
- Hoe doe je dat zelf dan?
- Alles met de fiets, zelf koken, regelmatig sporten, dat soort dingen. Een beetje voor jezelf zorgen dus en de goede focus houden, dat vooral ook.
Wat later vertelt ze dat ze in het komende voorjaar voor een tijdje naar Los Angeles verhuist en daarna waarschijnlijk weer terug naar Europa. Naar Nederland óf naar Berlijn, de stad waar het voor haar allemaal begon en waar ze nog altijd een appartement heeft.
Aanleiding voor het gesprek is de tekst die ga schrijven over Facade, een nieuw werk dat afgelopen voorjaar nog in het Stedelijk te zien was op haar kleine maar indrukwekkende solopresentatie. Onderwerp is de wereld van het Financial District. De plek waar de hartslag, de energie, maar ook de waanzin van deze tijd als nergens anders voelbaar is.
- Waar zullen we beginnen?
- Zeg jij maar, je hebt het werk toch in het Stedelijk gezien?
- Klopt, maar ik heb nog geen tijd gehad om er écht naar te kijken. Ik was wel meteen in de ban. Zo gaat dat toch met goede kunst? Je ziet het en je weet het meteen. Het waarom komt daarna wel. Nu dus! Die combinatie van die sealfolie met het beeld van die pakken bijvoorbeeld. Of, misschien eerst meer algemeen, hoe je van fotografie een sculptuur maakt. De materialen die je daarvoor gebruikt. Non-materialen eigenlijk, maar die wel perfect aansluiten bij het ongrijpbare van de foto.
- Wat het natuurlijk allemaal ook heel kwetsbaar maakt. De blokken suggereren iets van stabiliteit, wat de gebouwen in het Financial District voor mij ook hebben. Ze zeggen ‘alles is oké’ maar feitelijk is het niets anders dan een façade.
Gaande het gesprek openen zich steeds meer lagen.
Doordat de blokken in een kring staan kun je het werk alleen in beweging zien, eromheen lopend dus. De blik die van het ene naar het andere beeld springt breekt alles open. Onder een bepaalde hoek verschijnt op het iriserende paneel in het midden, tussen de mannen in pakken, het silhouet van een primitieve figuur. De schaduw van een andere wereld, alien en archetype tegelijk, evenveel toekomst als verleden.

Anouk Kruithof, Façade, 2013

Anselm Kiefer in de Royal Academy

Eén van de werken waar Anselm Kiefer in de jaren tachtig furore mee maakte toont een loden vleugel tegen een zwaar impasto van verf, stro en was. Icarus is de titel, verwijzend naar de mythische figuur die als hét symbool van hoogmoed geldt. Het thema keert sindsdien telkens weer in het oeuvre terug. Große Fracht is een recent voorbeeld: een enorm schilderij met daarop een loden vliegtuig beladen met gedroogde bloemen. Een even mysterieus als duister beeld. Maar ook een werk waar je niet omheen kunt. Alleen al dat lood. Je ziet het en je voelt het meteen: de massa die alle beweging smoort, de inertie ervan. Lood stelt zich nergens tegen te weer, is volkomen passief en berustend. Ontdaan van alle kleur ook. Een neutraler grijs bestaat niet. En toch, opgenomen in het grijs van de achtergrond, contrasterend met het bleke geelwit van de stengels, en overdekt met een poederig patina, weet Kiefer het subtiel tot leven te wekken. Alsof het een nieuw bestaan heeft gekregen in een tijdruimte die weliswaar met de onze is verbonden maar er niettemin ver van is verwijderd.
In deze wereld is alle leven gestold. Wat overblijft is het lege landschap met de sporen en de relicten die de geschiedenis daarin heeft achtergelaten: boeken, bomen, vliegtuigen, boten. Wat ook overblijft is het woord. Het woord dat is vastgelegd in mythen en verhalen, dat onuitwisbaar voortleeft in de herinnering, voor eeuwig verbonden aan de dingen, de plaatsen en de namen.
Het is deze elementaire gelaagdheid die het werk van Kiefer zo fascinerend maakt: de materie waar het bestaan in is verankerd, de tijd die erop is neergeslagen en het woord dat er van getuigt. Dat alles samengebracht in een troostrijk beeld van de natuur die weer bezit heeft genomen van de wereld.
Volgens de Guardian is Kiefer in de Royal Academy the most exciting show in Britain this autumn. Als je dan bedenkt wat er verder nog allemaal in Londen te zien is!

Anselm Kiefer, Royal Academy, Londen, tot 15 december

Marlene Dumas, The Image as Burden

Marlene Dumas, The Image as Burden, 1993

Al was de betekenis en de kracht ervan onontkoombaar, zeker ook in breder historisch perspectief (zie Marlene Dumas in het Stedelijk), ik heb altijd mijn twijfels gehouden bij het werk van Marlene Dumas. Door de tentoonstelling in het Stedelijk – het grote overzicht van een oeuvre dat inmiddels zo’n dertig jaar omvat – zijn deze weggenomen en versterkt tegelijk: Marlene Dumas is een geweldige schilder, maar oh, wat kan ze de plank ook vreselijk mis slaan.
Is er niemand die haar daarvoor kan behoeden? Bij een aantal schilderijen dringt zich deze vraag wel heel sterk op. Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar Gravità, een groot, recent schilderij van de gekruisigde Christus, is toch echt van de dezelfde maker als het prachtige The Image as Burden, een klein, direct geschilderd doekje uit de jaren negentig, helemaal top en – naar ik aanneem – niet voor niets de naamgever van de tentoonstelling.
Je staat ervoor en je begrijpt het meteen. En toch ook weer niet. Want terwijl er een hele reeks van gedachten en associaties ontstaat, blijft het zoeken naar wat je eigenlijk ziet. De bruidegom die de bruid over de drempel tilt? Haar witte jurk zegt ja, maar haar grauwe masker suggereert dat ze dood is. En waarom is de man naakt? Een bewening dan? Maria die het dode lichaam van haar zoon draagt, maar dan omgekeerd? Ook heel sterk. Wellicht dat de sleutel in de titel gevonden kan worden: het beeld als last. We zien het lichaam van de vrouw, beladen door de geschiedenis, in haar witte lijkwade door een naakte man ten grave gedragen. Zoiets. De grote kracht van het werk is ook dat het mét dit alles zijn eigen bestaan als schilderij houdt. Geweldig geschilderd, krachtig en direct, zonder enig vertoon, rechtstreeks vanuit het gevoel.

Marlene Dumas, Gravitá, 2012

Allemaal kwaliteiten waar het bij Gravità aan ontbreekt. Hier oogt alles moeizaam en geforceerd, platgeslagen door het gewicht van het onderwerp. Om dat een nieuw leven als schilderij te geven moet je wel van héél goede huize komen. Er zijn meer schilderijen op de tentoonstelling waar dit soort bezwaren voor gelden: The Wall bijvoorbeeld, of ook The Mother. De schilder verliest het dan van de geëngageerde commentator die Marlene Dumas ook is. De last van het beeld is soms ook té groot.

Marlene Dumas, The Image as Burden Stedelijk Museum Amsterdam, t/m 4 januari