Rembrandt, The Late Works

Rembrandt, Jacob zegent de zoon van Jozef, 1656

Normaal moet je ervoor naar Kassel, nu kun je terecht in Londen waar het schilderij een van de toppers van een geweldige tentoonstelling is: Rembrandt, The Late Works in de National Gallery. Alleen al de figuur van de moeder! Die blik en die houding, alles zit erin. Eén keer erdoor getroffen en alle schoonheid wordt ijdel. Maar het is niet alleen Jacob zegent de zoon van Jozef die dit effect oproept, eigenlijk geldt het voor alle late Rembrandts. Gaat het hier überhaupt nog wel om zoiets als schoonheid? Lost niet alles waar je je al kijkend mee vol zuigt – de subtiele beeldregie, de weergaloze techniek van de schilder, het onovertroffen licht -, op in iets groters, iets dat meer met het leven zelf dan met kunst te maken heeft?

Rembrandt, Zelfportret met twee cirkels, 1665

Nóg een schilderij dat op zich al de reis naar Londen waard maakt: Zelfportret met twee cirkels. Existentialisme in verf, een doek dat zich voor alle mogelijke interpretaties leent, maar dat vóór alles met groot gezag spreekt over het zijn an sich. Nadat alles is gezegd en gedaan, is dit wat overblijft: het beeld van de man die zijn bestaan vereenzelvigt met wat hij in zijn leven het meest was: schilder. Er is geen actie, geen expressie, geen enkele expliciete verwijzing naar een verhaal of een symboliek. Er is alleen maar Schilderkunst. Schilderkunst in zijn meest elementaire gedaante. Kijk hoe de zware, in brede penseelstreken geschilderde figuur op de voorgrond een perfect antwoord vindt in de twee cirkels op de achtergrond. Lichaam en materie ontmoeten geest en vorm, het picturale staat tegenover het lineaire, het dionysische tegenover het apollinische. Daartussenin, de superieure kop van de oude meester met zijn schildersbaret. Zonder enig vertoon, wars van alle behaagzucht en in een volkomen berusting. Evenzeer getekend door het leven als gelouterd door het licht.
Overigens, voor wie een bezoek aan Londen moeilijk kan inpassen: vanaf februari is de tentoonstelling ook te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. Wordt vervolgd!

Rembrandt, The Late Works, National Gallery Londen, tot 10 januari

Vernieuwde Art Update op komst

Met groots opgezette tentoonstellingen van Marlene Dumas in Amsterdam, Mark Rothko in Den Haag, John Constable, William Turner en Rembrandt in Londen opent het nieuwe kunstseizoen met een ode aan de schilderkunst. Vijf grootmeesters uit vier verschillende perioden gepresenteerd op toppodia, beter kun je het niet krijgen! Bovendien, een uitgelezen kans om nieuwe samenhangen en perspectieven te ontdekken.
De opzet van de eerste Art Update van het nieuwe seizoen sluit hier naadloos bij aan. Grote tentoonstellingen leveren behalve nieuwe inzichten ook altijd nieuw beeldmateriaal op, vaak van de hoogste kwaliteit. Kijkgenot gegarandeerd! Dat de presentaties vanaf dit seizoen in HD worden geprojecteerd voegt hier nog een heel nieuwe dimensie aan toe. Overigens, ook het beeldmateriaal dat de deelnemers via We Transfer krijgen aangeleverd, is vanaf nu in HD.
Met een virtueel bezoek aan Frieze Art, de belangrijkste beurs van actuele kunst, komen de allernieuwste ontwikkelingen aan bod. Des te spannender omdat het ook in onze tijd weer nadrukkelijk over vakmanschap en schoonheid gaat.
Wat de volgende Art Update’s zullen brengen is uiteraard nog niet bekend. Wél dat ook dit seizoen weer de laatste  presentatie in z’n geheel aan de Biënnale in Venetië zal zijn gewijd.
Zondag 2 november ga ik van start. Te beginnen in het Van Abbemuseum in Eindhoven, vervolgens in  Den Haag, Maastricht, Tilburg en Arnhem. Klik hier voor nadere informatie en/of inschrijving.

New arrival

John Constable, Weymouth Bay, 1816

Gisteren binnen gekregen: de catalogus van de Constable-tentoonstelling in het Victoria & Albert Museum in Londen. Geweldig! Het verhaal van de schilder en zijn werk kan niet vaak genoeg verteld worden, zeker als het zó wordt gepresenteerd, met een aantal van de absolute toppers én een zeer ruime selectie van zijn onovertroffen olieverfstudies. Volgende week ben ik in Londen en ga ik het ook allemaal live zien.
Met zijn devote toewijding aan het landschap, zijn romantische ziel en zijn doorwrochte vakmanschap is Constable dé belichaming van Englishness in de kunst. Niet voor niets al sinds mensenheugenis de populairste schilder van zijn land, de man die met iconische werken als The Haywain en The Corn Field het collectieve bewustzijn in beelden heeft vastgelegd.

John Constable, Weymouth Bay, 1816, detail

Hoe geliefd ook bij het grote publiek, toch waren het niet deze ambitieuze six footers die hem zijn reputatie brachten. Waar de grote doeken – bestemd voor de show op de Royal Academy – nogal eens aan een zekere overwerktheid leden, waren het met name zijn buitenstudies die de kenners in vervoering brachten. Vaak geschilderd op kleine stukjes karton, variërend van briefkaart tot A4, getuigen ze niet alleen van een grote virtuositeit maar ook van een volstrekt nieuwe sensitiviteit. Nooit eerder was het landschap zo nauw verweven met het persoonlijke gemoed, nooit eerder was er zo’n sterke eenheid van natuur, schilder en verf.
Weymouth Bay is een vroege oil sketch geschilderd op een kartonnetje van 20 x 24 cm. Op een namiddag ‘a prima vista’ buiten gepenseeld, toont het de kust bij Osmington onder een zwaar wolkendek. Je ziet iedere penseelstreek afzonderlijk, breed, direct en zonder aarzeling neergezet. Tegelijkertijd kijk je naar een wonder van licht en atmosfeer, een imaginaire ruimte waar niets aan ontbreekt, waarin alles tot in detail is afgebeeld en tegelijkertijd navoelbaar één is met de spontaan bewegende hand van de schilder. Adembenemend.

Constable, The Making of a Master, Victoria & Albert Museum, Londen tot 11 januari

In tijden van nood

Vincent van Gogh, Zelfportret opgedragen aan Gauguin, 1888, detail

In de musea zie je vrijwel uitsluitend nog grijze koppen, het maatschappelijk en politieke draagvlak kalft steeds verder af, subsidies worden gekort, bedrijven trekken zich terug als verzamelaar of stoten hun collectie af. In een wereld in crisis is de kunst danig in de knel gekomen. Nooit eerder was haar reputatie zo belabberd. Velen zetten haar weg als overbodige franje, of erger nog, als een frivoliteit waar je je maar beter niet mee moet inlaten.
Ik kom erop omdat ik bezig ben met de voorbereiding van Een bezielde wereld, een reeks presentaties over de kunst en de cultuur van de late negentiende eeuw. Hoe dieper ik erin duik, hoe sterker de overeenkomsten zich opdringen en hoe fascinerender het onderwerp wordt. Ook tóen verkeerde Europa in een crisis en ook tóen al ging het met name over de ongewenste uitwassen van een op hol geslagen economie. En als we wat dichter bij de kunst blijven: het woord beeldcultuur moest nog uitgevonden worden, maar ook tóen al werd de wereld overspoeld door alles wat de massacultuur met de inzet van modern technologie aan beelden voortbracht. Nog een overeenkomst: in de ogen van velen was moderne kunst onbegrijpelijke onzin, een provocatie hoogstens.
Toch werd – geheel in tegenstelling tot nu – de kunst niet in de ban gedaan, integendeel. Niet alleen maatschappelijk geëngageerde kunstenaars en intellectuelen, maar ook menig politicus en ondernemer zagen in haar het instrument bij uitstek voor een algemeen geestelijk en cultureel reveil. In de ‘materialistische woestijn’ van de moderne wereld werd kunst geacht te kunnen voorzien in een nieuwe betekenis, een nieuwe spiritualiteit ook. Los van alle traditionele instituties, van alle overgeleverde dogmatiek, in dienst van een nieuwe mens en een nieuwe wereld. Onze grote vriend Vincent geloofde er heilig in. Dat de geschiedenis heeft laten zien dat ook die droom helemaal fout kon uitpakken, laat onverlet dat de ideeën erachter nog altijd tot de verbeelding spreken.
Inmiddels zijn we meer dan een eeuw verder. Is er eigenlijk wel reden om ons zorgen te maken over de kunst? Nee én ja. Immers, niet de kunst verandert maar de wereld waar ze deel van uitmaakt. Wat weer niet wil zeggen dat we haar maar moeten overleveren aan de onverschilligheid van het lot, of erger nog, aan die van al die mensen die er bij voorbaat al klaar mee zijn. Volgend jaar vieren we 125 jaar inspiratie, de titel van een groots, in Europees verband opgezet geheel van activiteiten rondom de 125ste sterfdag van Van Gogh. De bezielde wereld biedt hiervoor een heel mooi opstapje.

Een bezielde wereld, acht presentaties, vanaf di 7 en vr 9 oktober in het Bonnefantenmuseum en het Van Abbe

Laura Lima’s Dopada

Laura Lima, Dopada, 1997-2006

De gedrogeerde vrouw is bij voorbaat het meest spraakmakende werk dat op de tentoonstelling van Laura Lima in het Bonnefantenmuseum te zien zal zijn. Dopada is de titel. Gekleed in een wit gewaad, liggend op de grond in een verder lege zaal, haar hoofd via een rode extensie verbonden met de ruimte en van opening tot sluiting van het museum in een roes gebracht, schept de liggende vrouw een enigszins verontrustend maar ook betoverend beeld. Reëel en tastbaar maar ook vreemd en ongrijpbaar. Tijdens de preview afgelopen week beschreef de kunstenaar het werk als een schilderij, een visueel beeld in een kader, alleen met wat minder conventionele middelen tot stand gekomen. En inderdaad, als je er even over nadenkt kun je daar wel iets mee. Het lichaam als kader, de dromen in haar hoofd als beeld, heel eenvoudig eigenlijk.
Geen schilderij op doek in een lijst, dat in elke geval niet. Voor Laura Lima gaat het verhaal van de schilderkunst ook over de wijze waarop het westen in de loop der eeuwen over de wereld heeft geheerst. Als instrument van het culturele imperialisme dat ook Zuid-Amerika eeuwen lang in de greep heeft gehouden, is het klassieke schilderij met een politieke betekenis beladen geraakt.

Laura Lima, Wheelchairs, 2011-12

Met zijn uitgesproken streven om ook niet-westerse geschiedenissen in beeld te brengen sluit het Bonnefantenmuseum aan bij een brede ontwikkeling. Met name ook de Braziliaanse kunst kan zich de laatste jaren in een toenemende belangstelling verheugen. Onlangs nog was er de alom bejubelde tentoonstelling van Mira Schendel in Tate Modern, eerder al werden met een aantal retrospectieven in prestigieuze musea in de VS en Europa grootheden als Lygia Clarck en Hélio Oiticica aan de modernistische canon toegevoegd. En nu dus Laura Lima die als mid career kunstenaar met een internationale naam de BACA-prijs heeft gekregen en bij die gelegenheid nu ook in Maastricht exposeert.
Andere werken die er worden getoond zijn een serie rolstoelen op basis van iconische modernistische ontwerpen van o.a. Rietveld, Le Corbusier en Eames, een naaiatelier in bedrijf waar kostuums voor schilderijen worden vervaardigd en een toilet waarvan de spiegel boven de wasbak door twee handen die uit de muur steken wordt vastgehouden. Allemaal in gebruik en live uitgevoerd door speciaal getrainde medewerkers en vrijwilligers.
Overigens, de tentoonstelling is opgezet als een work in progress. Informeer dus even bij het museum wat er al te zien is.

Laura Lima, the fifth floor, Bonnefantenmuseum Maastricht, tot 11 januari

Mark Rothko

Mark Rothko, Untitled, 1953

Het probleem met een Rothko-tentoonstelling is dat er veel te veel te zien is. De tentoonstelling in Den Haag vormt daar geen uitzondering op. Wat één schilderij apart kan teweeg brengen, wordt weer teniet gedaan door het in een reeks te tonen. En dat is in een museum nu eenmaal altijd het geval. Je komt een zaal binnen en daar hangen ze, als de kralen aan een ketting.
Bij de meeste kunstenaars is dat geen probleem, bij Rothko werpt het een vrijwel onoverkomelijke barrière op. Opgehangen in een reeks krijgen de doeken precies de kwaliteit waar de kunstenaar zo beducht voor was, die van decoratie. Wie wat meer in het verhaal van Rothko duikt zal leren dat dit een van zijn grote frustraties was. Dat de mensen zijn kunst als ‘mooi’ betitelden. Indrukwekkend van formaat en zo intens van kleur, dat soort lof. Het misverstand was groot en veelal onoverbrugbaar. Hém was het om iets heel anders te doen. Om een beeldruimte waarin kleur zich als een levende, geestelijke entiteit kon openbaren. Leg dat maar eens uit. Zelden was iets van waarde zó weerloos. 

Mark Rothko, Untitled, 1970

Nog iets dat je op een tentoonstelling van Rothko danig in de weg kan zitten: het feit dat je weet van het tragische einde van de kunstenaar. Dat iemand die zo’n prachtige kunst maakte, die zó werd bewonderd, zelf geen vreugde aan zijn bestaan kon ontlenen. Althans zeker niet in zijn laatste jaren. Het voelt bijna als verraad: alsof je gestraft wordt voor een liefde die intens en oprecht is, maar die blijkbaar niet kan bestaan.
Toch past deze tragiek perfect bij het werk. Ook zonder de zelfmoord doet de schoonheid ervan pijn. Iets wat trouwens ook geldt voor het werk van een aantal tijdgenoten: Barnett Newman, Nicolas de Staël, Arshile Gorky. Grote schilders van direct na 1945. In het begin van de eeuw geboren, in de bloei van hun leven geraakt door crisis en oorlog en pas op relatief late leeftijd als kunstenaar tot ontwikkeling gekomen. Voor altijd getekend door de oorlog, beladen met een last die ze niet konden dragen.
Sublieme, abstracte schoonheid was hun antwoord, kunst die niet van deze wereld is. Dat geldt zeker voor de doeken van Rothko. Ze zijn niet geschilderd maar ontstaan. Als het product van een gegeven krachtenspel. Ieder schilderij is uniek maar verbeeldt tegelijkertijd een ultieme uitspraak. Over kunst maar ook over het leven als geheel. De ideale Rothko-tentoonstelling zou met één volstaan.

Mark Rothko, Gemeentemuseum Den Haag, tot 1 maart