Een echtere Van Gogh

 

Een echtere Van Gogh

Vergeleken bij de prijs van het origineel is het een schijntje, maar  € 25.000,- voor een reproductie? Misschien toch minder idioot dan je denkt. Het Van Gogh Museum vraagt het er in elke geval zonder blikken of blozen voor. De eerste avonturier die het ervoor wil neerleggen moet zich nog melden maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd. De kopie is namelijk zó goed dat ze niet meer van het origineel te onderscheiden is. Niet nauwelijks, ook niet een heel klein beetje. Gewoon: niet. Bovendien is de reproductie genummerd en gecertificeerd. In een beperkte oplage van 260 uitgebracht  door het instituut dat, als het om Van Gogh gaat, wereldwijd als hoogste gezag geldt.
Gisteren stond ik er voor: een ronduit verbluffende ervaring. Je kijkt gewoon naar een echte Van Gogh, in dit geval De oogst uit 1888, een van de beroemdste werken van de schilder. Met exact de kleur, de glans, het reliëf, alles. Het enige dat ontbreekt is de idee.
Beklemmend of juist bevrijdend? De toekomst zal het leren. De gevolgen zijn nog moeilijk te overzien maar zullen hoe dan ook groot zijn.
Natuurlijk het verlies van authenticiteit is al vanaf haar ontstaan een van de grote thema’s van de moderne wereld. Maar zolang de verschillen tussen origineel en kopie duidelijk waren, bleef de orde in wezen intact. Sterker nog: de reproductie mocht de uniciteit van het origineel dan wel tarten, uiteindelijk werd deze laatste alleen maar in zijn authenticiteit en echtheid versterkt.
De Relievos die het Van Gogh samen met Fuji ontwikkelde plaatst dit alles in een heel ander licht. Met het opheffen van de verschillen lijkt ook het origineel zijn aura te verliezen. Een nog moeilijk te bevatten maar wel dwingende notie.
Nog even terug naar de kijkervaring. Hoe belangrijk is die idee eigenlijk? En draai het eens om. Wie zegt jou, vanaf nu, dat je staande voor een Van Gogh in het museum werkelijk naar het origineel kijkt?
Maar nog los van dit alles: het meest opwindende en veelbelovende gevolg is dat Van Gogh’s oeuvre vanaf nu voor eeuwig is gewaarborgd. En dat niet alleen: de schilderijen kunnen nu ook volledig in hun oorspronkelijke staat worden terug gebracht. De in de loop der jaren danig verbleekte Amandelbloesem kan zijn roze tint weer terugkrijgen, de muren van De Slaapkamer kunnen weer van blauw naar het oorspronkelijke violet worden teruggezet. Met andere woorden: de tijd kan worden terug gedraaid, de originelen kunnen in een kluis en het Van Gogh Museum kan overal in de wereld nieuwe filialen openen met zijn complete collectie ‘echtere’ Van Goghs.

De Relievo van De oogst is te zien in het Vincentre in Nuenen.
Op donderdag 18 juni geef ik om 20.00 een lezing in Nune Ville over Van Gogh en Parijs.

Biënnale 2015, een wandeling

Jaume Plensa, Together, 2015, 02

Jaume Plensa, Together, 2015

Wandelend door Venetië realiseer je je eens te meer hoe uniek de Biënnale is. Wat de formule vooral ook zo aantrekkelijk maakt is dat er zoveel verschillende visies en belangen bij elkaar komen. Behalve de centrale tentoonstelling zijn er de tientallen landenpresentaties en de collatoral events, podia waar ver uiteenlopende politieke en economische belangen in het spel zijn en die zich bij voorbaat aan de centrale regie onttrekken. Waar andere grote kunstevenementen als de Documenta meer en meer in de greep zijn gekomen van het politiek correcte denken van verantwoordelijke overheden, blijft ‘Venetië’ primair een marktplaats waar ieder zijn eigen handel komt uitventen. Alle pogingen die ook hier worden ondernomen om grip op het geheel te krijgen ten spijt.
En dan is er natuurlijk ook nog de oude havenstad zelf, al zo’n duizend jaar lang hét kosmopolitische centrum van de wereld, vroeger vooral als de poort naar het oosten, nu als een van de hotspots van de internationale kunstwereld. Met al die palazzi en kerken die elk afzonderlijk weer een museum zijn, biedt het een ideaal decor voor cultuurhistorische bespiegelingen, een uitdaging waar menig kunstenaar elke editie weer gretig op ingaat.

Simon Denny, Secret Power, 2015

Simon Denny, Secret Power, 2015

Nieuw-Zeeland in de Marciana

Vraag me niet wat er allemaal bij komt kijken maar je kunt dus ook de beschikking krijgen over een zaal in de bibliotheek van San Marco. Ook als je een relatief kleine speler als Nieuw-Zeeland bent. De Marciana is de oudste openbare bibliotheek van de westerse wereld, recht tegenover het Dogenpaleis, de trots en de glorie van de republiek die in de vroege zestiende eeuw op de toppen van haar macht en rijkdom was en zich hier toonde als vrijhaven van het moderne denken, ondergebracht in het speciaal voor dit doel ontworpen gebouw van Jacopo Sansovino, met een van de rijkste en oudste collecties überhaupt.
Secret Power is de titel van de installatie waarmee Simon Denny verslag doet van zijn groots opgezet onderzoek naar de dwarsverbanden tussen de beeldtaal van strips en games, de big brother-praktijken van overheden, de hightechindustrie en het internet. In vorm en functie rijmend met de schappen en kasten van het museum staan Denny’s glimmende vitrines als de serverkasten van een datacentrum in de ruimte. Kennis en informatie, de wijze waarop deze wordt vergaard en bewaard en vooral de macht die er aan ontleend wordt, het thema speelde altijd al maar heeft met Edward Snowden en de afluisterpraktijken van de NSA een nieuwe lading gekregen. Denny maakt dat op een indringende maar soms bijna ook hilarische wijze voelbaar.

 

Jaume Plensa, Together, 2015, 01

Jaume Plensa, Together, 2015

Jaume Plensa op San Giorgio

Als bijna perfecte tegenhanger nodigt het werk van Jaume Plensa op het eiland van San Giorgio aan de overzijde van het water uit tot stille beschouwing. Kunst die staat voor een heel andere ervaringswereld maar die evengoed helemaal van nu is.
Plensa is vooral bekend van zijn bijdrage aan het Millennium Park in Chicago (zie ook Floating Images). Net als daar toont hij zich ook in Palladio’s kerk als een kunstenaar die, buiten ieder instituut en iedere leer om, zijn werk in dienst stelt van het spirituele leven. Zijn koppen zijn zinsbegoochelende kijkobjecten, even verfijnd als doorwrocht zowel in uitvoering als in thematiek. Naar wie kijk ik eigenlijk? Hoe kan ik hem of haar plaatsen in deze tijd, in onze wereld? Wat is het geslacht, het ras? Mocht je aan een zwarte vrouw denken dan wordt dit weer resoluut tegengesproken door het witte marmer van de rij soortgelijke koppen even verderop in de Officina. Wat er hier ook bijkomt is de vraag: is het sculptuur of een projectie? Dat alleen al, dat een beeldhouwer, werkend in een klassiek materiaal als marmer, erin slaagt om zijn beelden vrijwel volledig te ontdoen van iedere tastbaarheid. Heel sterk.

Dansaekhwa

Weer terug in de stad wacht, vlak bij de Accademia in een palazzo aan het Canal Grande, een mooie tentoonstelling van Koreaanse kunst uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Schilderijen en sculpturen van een weldadige soberheid en rust, ontdaan van elke verwijzing, wars van elk streven, een met hun eigen zijn.
Dansaekhwa is de naam van een beweging die, in reactie op de heersende academische traditie, monochrome kunst propageerde en daarmee aansluiting zocht bij de internationale ontwikkelingen, met name de minimale kunst. Tegelijkertijd streefde de groep naar het eerherstel van het eigen Koreaanse culturele en filosofische erfgoed.

João Louro, Palazzo Loredan, 2015

João Louro, Palazzo Loredan, 2015

Het Portugese paviljoen in het Palazzo Loredan

Menig paviljoen in de stad is ondergebracht in een fraai historisch interieur. Zo ook dat van Portugal in het Palazzo Loredan aan de Campo San Stefano. Een imposant gebouw, van binnen nog meer dan van buiten. João Louro kreeg er de beschikking over de bibliotheek op de eerste verdieping. Beter kan een taalkunstenaar als hij het zich toch niet wensen? Louro presenteert werk dat zich niet zomaar gewonnen geeft maar dat wel beklijft. Neem de foto van wachtende chauffeurs op een vliegveld. Met als achterste een informeel geklede man die een bordje met ‘Walter Benjamin’ hooghoudt. De beroemde cultuurfilosoof zou er de humor wel van hebben gezien. En meer dan dat.

Binelde Hyrcan, Cambeck Voitures, 2013

Binelde Hyrcan, Cambeck Voitures, 2013

Angola

Het zal in werkelijkheid wel een stuk ingewikkelder zijn maar als je wilt inschatten wat de kunst van een land voorstelt dan lijkt me de combinatie van inwonertal en bnp geen slechte maat. Portugal zal op die schaal niet erg hoog scoren maar kan zich in Venetië met de besten meten. Voor veel kleine landen, en zeker de nieuwkomers, geldt iets dergelijks. De Biënnale biedt hen een podium dat nergens anders voorhanden is. Angola was in 2013 een van de verrassingen en is ook nu weer met een sterke show present. Inwonertal en bnp zeggen niet alles. Economische dynamiek is minstens zo belangrijk en die is in Angola indrukwekkend. Wat niet wegneemt dat het land kampt met grote sociale en politieke spanningen. Veel inwoners leven een verloederd bestaan en dromen van een toekomst in Brazilië, een andere voormalige Portugese kolonie. De video die Binelde Hyrcan maakte van vier jongetjes op het strand, Cambeck Voitures,  is een absolute must see.

Timothy Taylor en Sean Scully, Michael Werner en Peter Doig

Dat ook het grote geld weer van zich doet spreken zal niemand verbazen. De cynicus zou de Biënnale van Venetië kunnen zien als een fraaie façade voor een handel waarin kunst de prooi van platte poenigheid is. Feit is dat de aanwezigheid van de internationale jet set voor een aantal grote galeries aanleiding is om flink uit te pakken. Doordat ze hun shows hebben ondergebracht in het officiële Biënnale-programma wordt op slinkse wijze verdoezeld dat het hierbij feitelijk om verkooptentoonstellingen gaat. Een laakbare praktijk die het imago van de Biënnale zeker schaadt en ook de rol van Okwui Enwezor in een troebel licht plaatst.
Wat allemaal natuurlijk niets zegt over de kwaliteit van het gebodene. Alhoewel?
De proof of the pudding is in dit geval in the looking. Op naar het palazzo Falier dus waar galerie Timothy Taylor een grote show van recente schilderijen van Sean Scully heeft ingericht. ‘Land Sea’ is de veelbelovende titel.
Voor Peter Doig in de Fondazione Bevilasqua La Masa in het Palazzetto Tito geldt hetzelfde. Iets jonger dan Scully, dat wel, maar toch ook al een grootheid van weleer. Michael Werner is hier de galerist die aan de touwtjes trekt en ook nu weer gaat het om nieuwe werken van een grote en gevestigde naam. Handel dus.

Filip Markiewisz voor Luxemburg

Paradiso Lussemburgo is de opgewekte titel van de totaal unverfroren, geestrijke, naïeve én intense presentatie die Filip Markiewisz namens het groothertogdom heeft ingericht. Hier geen enkele poeha, geen intellectuele distantie en al helemaal geen machinaties van het grote geld. Of het topkunst is kun je je afvragen, maar recht uit het hart komt het zeker. En is in onze wereld een zekere onhandigheid niet juist ook een kwaliteit?
Het werk staat voor een jonge generatie die alles wat groot is wantrouwt – bedrijven, instituties, overheden – en zelf het heft in handen neemt. Die getuigt van een groot engagement maar alle ideologische kaders afwijst. En die vooral ook zoekt naar een nieuwe gemeenschappelijkheid.

Edward Burtynsky, Manufactured Landscape, 2013

Edward Burtynsky, Manufactured Landscape, 2013

Estland, Montenegro, Cyprus en Azerbeidzjan

Ver lopen is het niet meer: de paviljoens van Estland, Montenegro, Cyprus en Azerbeidzjan liggen vlak bij elkaar. Alle vier de presentaties zijn zeer de moeite waard en laten totaal verschillende posities zien. Wat hen verenigt is dat ze relatief kleine, jonge naties in beeld brengen, die vanuit een nogal getroebleerde geschiedenis en met een onzekere toekomst hun plaats zoeken in de wereld.
In het paviljoen van Estland wordt het verhaal vertelt van oorlogsheld, familievader en kolchozevoorzitter Juhan Ojaste, die ten val kwam nadat hij als homo werd ontmaskerd en vervolgens in duistere sferen terecht kwam. Indringend en mooi.
De bijdrage van Montenegro is ronduit heftig. Oorlogsgeweld en nationale cq religieuze identiteit zijn hier het onderwerp. Cyprus is met een heel ingetogen, compacte installatie present. Bij Azerbeidzjan gaat het juist weer alle kanten op en lijkt iedere regie te ontbreken. Milieu en natuur zijn hier het onderwerp met zeer diverse bijdrage van zowel grote internationale namen als onbekende jonge kunstenaars. Met als een van de toppers: Edward Burtynsky’s Manufactured Landscapes. Heel mooi.

La Biennale di Venezia – 56th International Exhibition,  tot 22 november

Biënnale 2015 II

Katharina Grosse, Untitled Trumpet, 2015

Katharina Grosse, Untitled Trumpet, 2015

Na de veelheid aan visies en vormen in de paviljoens van de Giardini (zie Biënnale 2015 I) is de rust en het overzicht van de tentoonstelling in de Arsenale een verademing. Ook dit jaar is het weer helemaal top. Om maar meteen met de hoogtepunten te beginnen: de neonsculpturen van Bruce Nauman, direct bij binnenkomst, al zo’n dertig jaar oud maar weer helemaal nieuw en scherp mede dankzij de combinatie met de zwaardsculpturen van Adel Abdessemed, de bizarre ruimte waarin Katharina Grosse uit haar bol is gegaan, Fara Fara, de mooie en intense video over de muziekcultuur in Congo van Karsten Höller en Mans Mansson, de recente schilderijen van Georg Baselitz, die zeker ook – fragiel en krachtig tegelijk -, Steve McQueens ontroerende filmmonument voor de jonggestorven Ashes, de hallucinerende, poëtische videoinstallatie van Chantal Akerman, de ruimte waarin het fotowerk van Chris Marker en Kutlug Ataman samenkomt.
Maar ook veel nieuwe namen maken indruk. Jonge kunstenaars als de Française Lili Reynauld Dewar met haar mini-opera of de New Yorkse schilder Gedi Sibony, ook heel sterk.
Ook in de Arsenale laat Okwui Enwezor zich kennen als een tentoonstellingsmaker die vanuit een heel brede blik op zoek is naar nieuwe verbanden. Oud en jong, gevestigd en onbekend, ze wisselen elkaar voortdurend af. Met heel verrassende inzichten als resultaat. Wat ook opvalt: kunst die je rechtstreeks kan genieten wordt telkens weer afgewisseld met werk dat om een grotere inspanning vraagt. Heel aangenaam en verfrissend maar ook een beetje dubieus. Want gaandeweg realiseer je je steeds meer dat de curator ook een docent is, iemand die precies weet hoe hij de aandacht van zijn publiek moet vasthouden. Die op gezette tijden de teugels laat vieren om je vervolgens weer bij de les te roepen. Kun je wel een beetje balorig van worden.

Xu Bing, The Phoenix, 2015

Xu Bing, The Phoenix, 2015

En dan heb je ook in de Arsenale nog een aantal landenpaviljoens, China, de grootmacht die ook in de kunst zijn eigen weg gaat en het consequent zoekt in een esthetiek die traditie en high tech verenigt. Daar tegenover een van de kleinste en armste landen op de Biënnale, Tuvalu, een eiland in de Stille Zuidzee dat binnen afzienbare tijd onder de zeespiegel zal verdwijnen en met een heel mooie installatie erin slaagt om brede aandacht en symphatie te winnen.
Helemaal achterin, in een verlaten, overwoekerd hoekje van het terrein, Sarah Sze, de kunstenaar die op de vorige Biënnale het paviljoen van de VS inrichtte en die nu, uiterst bescheiden en verfijnd, met een paar frutseltjes een anoniem stukje Venetië tot leven brengt.
Vandaag een aantal landenpresentaties en collateral events in de stad.
Wordt vervolgd.

La Biennale di Venezia – 56th International Exhibition,  tot 22 november

Biënnale 2015 I

Sarah Lucas

Sarah Lucas, Engels paviljoen, Biënnale Venetië 2015

Als de Biënnale van 2015 één ding duidelijk maakt dan is het wel dat de geschiedenis voortdurend herschreven moet worden. All The World’s Futures is de titel, in meervoud dus. Verschillende toekomsten voor één wereld of een wereld waarin allerlei toekomsten samenkomen? De vraag blijft open.
Ook nu weer leveren de grote landen het vuurwerk en zorgt de centrale tentoonstelling voor de diepgang en reflectie. Met Okwui Enwezor als curator zit het met dat laatste wel goed. In de VN van de kunst is hij de ideale secretaris-generaal. Zijn netwerk strekt zich uit van topgaleries als Gagosian en Zwirner tot ateliers in de binnenlanden van Afrika, van het alternatieve Europese circuit tot de wereld van de grote verzamelaars. In het centrale paviljoen in de Giardini komt het allemaal samen. Enwezor haalt niet alleen een groot aantal nieuwe namen voor het voetlicht maar doet ook nadrukkelijk een beroep op de gevestigde orde. Met als gevolg dat je rondlopend over de tentoonstelling voortdurend van perspectief wisselt, geografisch, cultureel, historisch. Dan weer gaat het om de actuele kunstpraktijk in heartland Senegal, dan weer word je teruggeplaatst naar de heroïsche jaren zestig in New York. Oftewel van Giving Birth, een intrigerende video van Fatou Kandé Senghor, naar de beroemde Polls van Hans Haacke. Oude cracks staan sowieso vol in de aandacht. Naast Haacke bijvoorbeeld ook Robert Smithson en Fabio Mauri, lang vergeten kunstenaars die nu weer helemaal terug zijn. Iedere toekomst schept zijn eigen verleden.

Hito Steyerl
Publiek in Motion Capture Studio van Hito Steyerl in Duits paviljoen, Biënnale Venetië 2015

Een rondgang langs de landenpaviljoens is ook dit jaar weer een feest. Niet alles is top natuurlijk maar veel wel. Zwitserland en Denemarken bijvoorbeeld, totaal verschillend maar wel heel sterk, Rusland dit jaar ook heel goed, Frankrijk een beetje precieus en intellectueel – zoals het hoort zou je bijna zeggen -, Japan vooral heel mooi, Amerika met een indrukwekkend overzicht van Joan Jonas. De presentatie van Duitsland is ronduit indrukwekkend, met name Hito Steyerl met haar Motion Capture Studio: geweldig.
Ja en dan Sarah Lucas. Sex en custard. Wat zij aan materialen en vormen bij elkaar brengt, mét alle werelden waar deze weer naar verwijzen, is volstrekt uniek. Over the top? Zeker. Maar dan zó intens en zó doorleeft dat het ook weer pure poëzie wordt. 100% Engels.
Het verhaal van herman de vries bewaar ik voor mijn Art Updatelezing. Eén ding alvast wel: waar ik ooit mijn twijfel uitsprak over de keuze voor deze ‘oude grootheid’, zie herman, niet Erik, zwijg ik nu in stille bewondering.
Vandaag naar de Arsenale, wordt vervolgd.

La Biennale di Venezia – 56th International Exhibition,  tot 22 november

Arnulfje spelen

Arnulf Rainer, Zonder titel, 1971

Arnulf Rainer, Zonder titel, 1971

Zelfs bij Arnulf Rainer treedt dit effect op: zodra je er wat verder in duikt kijk je toch weer met andere ogen. Ja natuurlijk, Oostenrijk direct na de oorlog, wat een wereld! Al die verdrongen verlangens, al die schuld. En dan ook nog die bergen. Lees er Thomas Bernard nog maar eens op na.
Rutger Pontzen zette het vandaag in de Volkskrant mooi in perspectief. Hoe de jonge Arnulf zich na de oorlog met zijn Selbstdarstellungen en Übermahlungen radicaal teweer stelde tegen heel die massieve bekrompenheid en hypocrisie. En hij, net als zijn generatiegenoten Hermann Nitsch en Günter Brus, plaatsvervangend voor een hele natie, de diepste krochten van de ziel opzocht om een vrije uitstroom van onbewuste gevoelens mogelijk te maken.
Of ik er de gang naar het Cobra Museum voor zal maken weet ik nog niet. Want als er nu één kunstenaar is waar ik al lang op was uitgekeken dan Arnulf Rainer wel. Wat wil je ook? Veertig jaar, wat zeg ik, zéstig jaar hetzelfde kunstje. Heel even was het best opwindend, ergens eind jaren zeventig, toen we  waren verdwaald in de dorre woestijn van de minimale en conceptuele kunst en we ons dankbaar stortten op alles waar het echte leven uit sprak. De Neue Wilden, Duitse schilderkunst sowieso en dus ook Arnulf Rainer. Zijn werk was een en al levensdrift, onbeteugeld, rauw en confronterend. Daarbij was het ook écht nieuw, alleen al vanwege de inbreng van fotografie, een medium waar toen nog vrijwel niemand iets mee deed.
Maar de houdbaarheid ervan bleek beperkt. Rainer is een verdomd goede schilder daar niet van, maar al die heftigheid, alsmaar datzelfde pathos, vroeg of laat haak je af. Hoe meer je ervan ziet hoe meer het zichzelf uitholt.
Morgen opent het Cobramuseum een overzichtstentoonstelling van de kunstenaar samengesteld door Rudi Fuchs. Misschien toch maar naar toe.

Arnulfje spelen, met kruis
Nog even terug naar de Volkskrant. ‘Kras uw eigen Arnulf’ staat er groot op de voorpagina van de cultuurbijlage. ‘Maak van deze cover een echte Arnulf en bezoek gratis zijn overzichtstentoonstelling in Amstelveen’. Een grap zou je zeggen, maar helaas, dat blijkt nergens uit, ook niet als de actie verderop nader wordt toegelicht. Ik ben heel erg voor een kunst die van iedereen is, het Bildungsfort waar de kunstprofessionals zich in verschansen mag wat mij betreft helemaal worden afgebroken, liever vandaag nog dan morgen. Maar wat als dit soort infantilisering ervoor in de plaats komt?
Groot rood kruis erdoor en bij de kassa inleveren. Het museum heeft beloofd ze allemaal op te hangen.

Arnulf Rainer, Cobra Museum Amstelveen, tot 30 augustus

In Memoriam

Timur Si-Qin, In Memoriam, 2014
Timur Si-Qin, In Memoriam, 2014

Het was vorig weekend op Art Cologne. Ik zag het werk in het voorbijgaan en even later pas kwam het binnen. Terug dus, kijken of het meer was dan alleen die flits. Want zo gaat dat op een kunstbeurs. Op zoek naar iets bijzonders moet je je als aankoopadviseur een weg zien te banen naar die 10% die echt wat voorstelt in de hoop uit te komen bij dat ene stuk dat nou net mooi in de collectie past. Maar daarvoor moet je wel alles scannen en met die hele fanfare van honderden werken die om voorrang dringen ontkom ook jij niet aan de waan van het moment.
Maar goed, daar stond ik dus voor In Memoriam van Timur Si-Qin (1986, Berlijn). Wat zou het doen bij wat langer kijken?

Stèle van een jongeling, Athene, ca. 340 v.C.
Stèle van een jongeling, Athene, ca. 340 v.C.

In eerste instantie niet zo heel veel eigenlijk. Wel meteen het besef dat je in elk geval niet in het ootje wordt genomen. Simpelweg omdat het daarvoor te streng is. En ook dat de kunstenaar zijn vak verstaat. Strakke foto toch? Helemaal zoals het hoort. Was het niet Armani die met dit soort klassieke zwart-wit-composities scoorde? Met van die jongens en meisjes die net van hun puisjes af zien maar wel kijken alsof ze door alle wateren zijn gewassen. Koel en broeierig tegelijk.
Mijn volgende associatie was Manet. Waar in diens Déjeuner sur l’herbe de twee mannen gekleed zijn en de vrouw naakt, is het hier precies andersom. Misschien wat dun, maar toch.

Timur Si-Qin, Premier Machinic Funerary Part II, 2014
Timur Si-Qin, Premier Machinic Funerary Part II, 2014

De echte klik kwam pas toen ik er thuis verder in dook. In Memoriam blijkt deel uit te maken van Premier Machinic Funerary een reeks van installaties die Timur Si-Qin op zijn site beschrijft als ‘de verbeelding van een vorm van hyper-commerciële voorouderverering’. In deze installaties hebben de foto’s de functie van grafstèles. Precies zoals het bij de oude Grieken was maar dan met de beeldtaal van nu. We zien betreurde jonge helden, gesneuveld in de bloei van hun leven, hun prachtige lichamen als beeld van ultieme kwetsbaarheid. Was schoonheid ooit tragischer?
De kracht van de foto van Timur Si-Qin zit ‘m vooral in de ernst die eruit spreekt. Waar popart van Warhol tot Koons altijd tot een zekere ironische distantie uitnodigt word je hier meteen getroffen door een gevoel van deemoed. Dat terwijl de wapens van de verleidingsindustrie nog helemaal intact zijn.

Abercrombie & Fitch, New York, 2009
Abercrombie & Fitch, New York, 2009

Van de torsen van Abercrombie & Fitch tot de klassieke naakten in de musea, Timur Si-Qin ziet ze als nauw verwante fenomenen die tot het basis-dna van onze cultuur behoren. Deze laatste ontwikkelt zich door de eeuwen heen als een levend organisme dat zich telkens weer aan nieuwe omstandigheden aanpast maar ook een aantal wezenlijke kenmerken behoudt. Er ontvouwt zich een hele nieuwe kijk op kunst en geschiedenis, eentje waarin de tijd een heel andere rol speelt, om van de individuele kunstenaar nog maar te zwijgen.
Sterk werk.