In de oude standenmaatschappij was bezig zijn met kunst eeuwenlang een van de natuurlijke voorrechten van de aristocratie.

In de moderne egalitaire wereld trad in de loop van de negentiende eeuw een nieuwe, burgerlijke elite naar voren. Deze kon zich niet beroepen op haar afkomst en legitimeerde haar prominente positie met haar dienstbaarheid aan de samenleving. Kunst diende ter verheffing van het volk; Bildung was het ideaal. Tot ver in onze tijd heeft deze Bildungselite het voor het zeggen gehad. Ze was moreel en intellectueel superieur en dicteerde alom de culturele agenda.

De eigenlijke democratisering kwam pas met de doorbraak van de massacultuur in de late twintigste eeuw, een ontwikkeling die met de komst van internet in een definitieve wending heeft genomen.

Dit zeer tot verdriet van de elite. Deze heeft in korte tijd veel terrein heeft moeten prijsgeven en ziet met lede ogen aan hoe de wereld, waar ze het zo goed mee voorheeft, ten prooi valt aan commercie en vervlakking.

Soms roert ze zich nog krachtig en probeert ze haar tanende gezag te herstellen. Zoals in het geval van Anne Tilroe, decennialang een van de opinion leaders van de eigentijdse kunst, maar inmiddels een van die autoriteiten van vroeger die denken de wereld de les te moeten lezen.

Het interview met haar in de laatste Kunstbeeld is wel heel verhelderend. Wat ze te zeggen heeft? Heel veel en vaak heeft ze nog gelijk ook! Alleen, het probleem is dat haar gelijk te groot is, te massief. Teveel gebaseerd op de illusie dat er verhaal mogelijk is en met te weinig oog voor de complexiteit van een wereld die zich eenvoudig weg niet meer onder één hoedje laat vangen. Al helemaal niet als het over kunst gaat.

Zie ook Kunst en engagement, Art Update 21 april 2010