Op de vraag ‘van welke afstand moeten we uw schilderijen bekijken meneer Rothko?’, antwoordde de schilder prompt: van een halve meter. Zo ongeveer als op de foto hieronder dus, met je neus er bovenop, of beter gezegd erin!

Mark Rothko, 1953, Untitled (Purple, White and red)

Schilderijen waar je niet vóór stond, maar ín, daar ging het om. Net als zijn grote tijdgenoten Pollock en Newman was ook Rothko in de ban van een kunst die radicaal afstand nam van alle overgeleverde waarden. Na de laatste wereldoorlog had de oude kunst voorgoed afgedaan. Europa lag in puin en ook in morele zin stond de oude wereld met lege handen. De  Amerikanen waren aan zet en brachten een kunst die niet meer gedacht was als object maar als ervaring. Kunst die bewust onaf was en alle ruimte bood aan de verbeelding van de toeschouwer. Deze werd nu nadrukkelijk aangesproken als deelnemer, pas in zijn betrokkenheid kon het werk zijn voltooiing vinden. Een fraaie gedachte die prachtige kunst opleverde.

idem, detail

Ik kom hierop na lezing van Duel, het boekenweekgeschenk geschreven door Joost Zwagerman. Een boekje dat alleen al vanwege de even gloedvolle als treffende beschrijving van een schilderij van Rothko alle lof verdient. Over kleuren als goden en het licht dat in het doek uit elkaar spat. Het mooie is ook dat de schrijver zijn passie voor Rothko deelt met de hoofdpersonen en dat hun verhaal ons vanzelf steeds dieper naar de essentie van de schilderkunst voert.

Een detail nog: op de omslag staat een klassieke lijst afgebeeld. Als er nou iets kenmerkend is voor de kunst van Rothko en de zijnen dan is het wel het ontbreken van een lijst. Het ging om open, onaffe kunst, gedacht als een fragment van een onbegrensde ruimte en dat laat zich niet inpakken!