Het domein van de kunst

heilig-vuur

Toevallig of niet, juist nu menige illusie verdampt en de wereld even lijkt halt te houden, worden we bediend met een aantal tentoonstellingen die uitnodigen tot reflectie en waarin de kunst nadrukkelijk als een autonoom domein wordt gepresenteerd.

Picasso in Parijs, Het Heilige Vuur in Amsterdam of de afscheidstentoonstelling van Wim van Krimpen in Den Haag over de 20ste eeuw, ze blikken terug op de recente geschiedenis en presenteren kunst die haar identiteit en functie ontleent aan haar vermogen om het leven van een nieuwe en diepere betekenis te voorzien.
De tentoonstelling van Thomas Struth in Museum De Pont sluit hier in veel opzichten bij aan. De kunstenaar mag dan, in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s uit de vorige eeuw, zichzelf bescheiden op de achtergrond plaatsen, wat hem met zijn voorgangers verenigt is dat hij het leven zelf tot onderwerp maakt en dit in omvattende beelden tracht te vangen.
Dit laatste sluit aan bij het centrale thema van de tweede Art Update van dit seizoen: de vraag naar de verhouding tussen kunst en leven, of beter nog, naar de bijdrage die kunst kan leveren. Vragen die in het licht van de recente ontwikkelingen een nieuwe relevantie hebben gekregen.

Mythische schoonheid

mon-seul-desir

Tegenover de shows van superstars als Koons en Hirst staan de ingetogen presentaties van Gijs Frieling en Marc Mulders in het Bonnefanten en De Pont. Het contrast kon niet groter zijn.
Hoewel beide schilders, zeker in de uitvoering, grote verschillen laten zien, is hun zienswijze op wezenlijke punten verwant.
Mon Seul Désir (Mijn enig verlangen) heet het zaalvullende werk waarmee Gijs Frieling zich bekent tot een kunst in dienst van het leven. Het innerlijke leven wel te verstaan. In zijn uitbundige kleuren en vormen, is het kunstwerk primair een ode aan Gods schepping. Daarbij verbeeldt het een wereld waarin er geen onderscheid is tussen kunst, leven en religie. Een mythische, middeleeuwse wereld die diametraal staat tegenover de moderne tijd.
Spannend en uitdagend wordt het als de kunstenaar zich tegelijkertijd laat kennen als een groot bewonderaar van Donald Judd, de Amerikaanse minimalist die geldt als een van de grootheden van de moderne, autonome kunst.

As Far As The Eye Can See

Lawrence Weiner, K21 Düsseldorf, van 27 september tot 11 januari

Lawrence Weiner, 2000, As far as the eye can see

Lawrence Weiner, 2000, As Far As The Eye Can See

Een prachtige, verhelderende titel! Typisch Lawrence Weiner ook, die als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de conceptuele kunst van de late 20e eeuw de grondslagen van de kunst onderzoekt. Ingetogen en tijdloos, Weiners werk is in alle opzichten het tegenbeeld van dat van Jeff Koons. Kunst die tot nadenken aanzet maar tegelijkertijd overtuigt met de kracht van het beeld. Zoals hier ook: de titel is het kunstwerk. Als geschilderde letters op de muur benadrukt de uitspraak die gedaan wordt de fysieke begrenzing van de ruimte waar we ons in bevinden, in zijn betekenis echter roept dezelfde uitspraak een beeld op van een blik die tot het oneindige reikt en die aan geen enkele fysieke beperking is onderworpen.

Bekijk hier een korte documentaire over Weiner.

Superdome in Palais de Tokyo

De titel van de tentoonstelling is ontleend aan de naam van de beroemde sport- en evenementenhal in het centrum van New Orleans. De orkaan Katrina bracht het enorme gebouw prominent in het nieuws als toevluchtsoord voor de arme bevolking. Beelden van de onafzienbare berg winkelwagentjes, stoelen, plastic zakken en dekens die er na de ramp achterbleven leverden een indringend contrast op met de bestaande voorstelling van de Dome als het gigantische, stralende theater waar sporthelden en popsterren een goddelijke status verwierven. In de toelichting op het tentoonstellingsconcept is o.a. sprake van “La stratégie du chocq”als een principe dat kenmerkend is voor het moderne mondiale kapitalisme dat zich veelal manifesteert in heftige en schokkende gebeurtenissen.

Een prikkelend concept dat een grote urgentie suggereert en alle mogelijke ingangen voor interessante projecten in zich draagt. Deze belofte wordt helaas niet helemaal waargemaakt; soms is het affiche sterker dan het werk dat getoond wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval met Arcangelo Sassolino die een grote machine toont waarmee lege bierflessen met een snelheid van 600 km/u tegen een betonnen wand worden geschoten. Spectaculair, dat zeker, shocktherapie ook, maar dan zonder betekenis.

Heel anders is het werk van Christoph Büchel, de Zwitserse kunstenaar die de eigenlijke reden vormde van het bezoek aan Parijs. Hole was een installatie die in 2005 in Basel te zien was en veel opzien baarde. Aangekondigd was dat dit werk deze zomer ook in Parijs te zien zou zijn maar uiteindelijk is voor een andere installatie gekozen: Dump. Minstens zo intrigerend en provocerend en eveneens getuigend van een grote betrokkenheid bij de wereld van nu. Alleen de ingang al! Wie tot het hart van het werk wil doordringen moet eerst door een lang buis onder een berg afval kruipen. Aan de andere kant kom je terecht in een aantal ruimten: een woonkamer, een schoollokaal die met geïmproviseerde middelen zijn ingericht maar die een complete wereld op zichzelf vormen. Het alternatieve bestaan aan de andere kant van de vuilnisbelt van de kapitalistische samenleving.

Mike Kelley in Brussel

De vierde en laatste aflevering van Artupdate van dit seizoen richt de aandacht op een aantal kunstenaars die zich bezighouden met het onderzoek naar illusie en werkelijkheid.

Mike Kelley
Educational Complex Onwards, 1995-2008
Wiels, Centrum voor hedendaagse kunst, Brussel, tot 27 juli

Kunstcentrum Wiels is een van de vele nieuwe culturele instellingen die zijn ondergebracht in een industrieel monument, de voormalige brouwerij Wielemans-Ceuppens in dit geval. De geheel wit geschilderde kale ruimten, het naakte betonnen skelet en de uiterst sobere inrichting maken dat alle aandacht op de kunst gericht blijft. Over beleid en programmering valt nog niet veel te zeggen – het centrum is pas vorig jaar geopend – maar de tentoonstelling van Mike Kelley belooft veel goeds voor de toekomst.

De kracht van de presentatie zit ‘m vooral in de combinatie van samenhang en volledigheid. Gekozen is voor een uitgebreide presentatie van een van Kelley’s doorlopende projecten die al vanaf 1995 een vruchtbare voedingsbodem vormt voor werken in uiteenlopende media. Het vertrekpunt is de grote maquette Educational Complex uit 1995, een verzameling schaalmodellen van alle gebouwen waar de kunstenaar ooit les heeft gehad.

Alles wat op de tentoonstelling te zien is staat op een of andere manier in relatie tot dit centrale werk. Lopend door de drie grote zalen vormt zich in de geest van de toeschouwer een steeds rijker en gelaagder beeld van een werkelijkheid waarin het alledaagse op even indringende als geestrijke wijze verweven is met de wereld van de kunst. Daarbij getuigt Kelley’s kunst van een uiterste precisie in uitvoering en een grote beeldende sensibiliteit. Wat in eerste instantie ironie lijkt, blijkt bij nadere kennismaking pure esthetische poëzie en expressie.

Loze esthetiek op Art Amsterdam

Geen erg opwindende editie dit jaar en mede door het prachtige weer, zeker ook geen erg succesvolle. Art Rotterdam steekt de “KunstRai” nadrukkelijk naar de kroon, de naamsverandering van het Amsterdamse evenement heeft daar weinig aan veranderd. Wat ontbrak was urgentie en betrokkenheid; braafheid en mooimakerij was er te veel. Niet makkelijk trouwens om hier een goede balans in te vinden. Een beurs moet het immers hebben van de handel en die vraagt nu eenmaal om verkoopbare objecten, liefst met een zekere garantie op waardebehoud. Wat op Art Amsterdam pijnlijk duidelijk werd is dat tijdloze schoonheid en ambachtelijkheid maar al te vaak leiden tot vrijblijvendheid. Het werk van Klaas Gubbels is hier inmiddels een bijna klassiek voorbeeld van. Maar ook kunstenaars die wel van een grotere betrokkenheid bij de wereld getuigen verliezen zich vaak in loze esthetiek. Rachid Ben Ali, een paar jaar geleden nog een van de jonge beloften van de Nederlandse kunst, neutraliseert de psychische en politieke lading van zijn werk met zijn zelfverliefde, virtuoze tekenhand. Alleen de kleine doekjes hielden een directe beeldende zeggingskracht.

Klaas Gubbels, schilderijen bij Galerie Willy Schoots

Klaas Gubbels, schilderijen bij Galerie Willy Schoots

Rachid Ben Ali, schilderijen bij Witzenhausen Gallery

Rachid Ben Ali, schilderijen bij Witzenhausen Gallery