Op het atelier van Ine Vermee

ine-vermee-1

Haar atelier is een behalve een fraaie ruimte ook een echte studio, een plaats van onderzoek en studie. Een tafel met boeken en stalen, een palet met panelen op de grond en enkele studies aan de muur. Alles duidelijk en helder, klaar voor gebruik.

Minimale kunst maar wel 100% hedendaags. Grootheden van de Minimal Art als Ad Reinhardt, Donald Judd en Robert Ryman mogen dan haar voorbeelden zijn, de ingetogen abstracte studies van Ine Vermee zijn wars van de ongenaakbaarheid die kleeft aan veel werk uit de klassieke periode van de beweging. Hoe scherp en helder geformuleerd ook, haar werk is meer proces dan product. Het suggereert de mogelijkheid van kunst als resultaat van een onderzoek.

ine-vermee-2

Heel minimaal, maar ook gevoelig en veranderlijk. Zonder titel uit 2000 is een sterk voorbeeld: zeven vierkante doeken in zeven tinten wit, perfect in hoogglanslak uitgevoerd. Zich verbindend met het wit van de muur en inspelend op de variaties van het natuurlijke licht, worden ze een met de ruimte. Het resultaat is een kunstwerk dat evenveel wordt gedefinieerd door de omgeving als door zijn eigen inbreng. En dat is precies de kwaliteit waarmee Ine Vermee aan de minimale kunst een nieuwe en eigentijdse betekenis geeft.

Nogmaals Michael Kirkham

Het werk van Michael Kirkham blijft fascineren. Neem Boy with long neck een relatief klein doek van 80×100. Wat stug en tegendraads in harde kleuren geschilderd, blijkbaar niet met de bedoeling het oog te behagen. Daarbij laat de constructie van de kop heel wat te wensen over. Die vreemde lange nek natuurlijk, het ingedeukte gezicht met de scheef geplaatste ogen; er klopt van alles niet.

kirkham-1

Maar toch, wie wat langer kijkt komt al gauw tot de conclusie dat deze tekortkomingen niet het gevolg zijn van onkunde maar van de gekozen zienswijze. Kirkham maakt er schilderkunst van en probeert ons duidelijk te maken wat dit betekent. Tegenover de wat onhandige kop staat de lange nek, krachtig geschilderd, in één groot gebaar, fraai overvloeiend in de schaduw en het kapsel.

Hebben we dit trouwens, niet meer gezien, lange nekken? Denk aan Modigliani of Parmigianino, of ook aan Matisse, allemaal schilders die de natuur bewust vervormden om er een andere, meer verheven werkelijkheid voor in de plaats te stellen. Kirkham doet iets dergelijks, ook hij transcendeert de werkelijkheid tot iets wat van een meer algemene orde is. Alleen, de vraag of deze hoger is laat hij in het midden.

kirkham-2

In een groot recent doek als Untitled uit 2008 zet de kunstenaar alles op scherp. Om van een dergelijk expliciet onderwerp schilderkunst te kunnen maken moet je van goeden huize komen. En dan ook recht doen aan je onderwerp. Dat heb je toch niet voor niets gekozen? Kirkham komt een heel eind vooral dankzij de consequente, methodische wijze van schilderen. Deze laat geen enkele ruimte voor toevalligheden maar eist voor elk element in het beeld – of het nu een stukje muur of vloerkleed, een harig been of de hand met de pik is – evenveel aandacht op. De getoonde werkelijkheid wordt er niet mooier van maar wel meer waar. En dat is genoeg om de kijker te boeien.

Art Rotterdam; nieuwe kansen voor de kunst?

Galeries krijgen het steeds moeilijker, kunstbeurzen hebben de wind in de zeilen. Roland Jansen van Galerie Willy Schoots bevestigt dit beeld en vertelt dat beurzen voor galeries steeds belangrijker worden. De plek bij uitstek om je aan een groot publiek te presenteren en nieuwe contacten te leggen. Als de belangstelling eenmaal gewekt is weet de klant de weg naar de galerie wel te vinden.

Roland Janssen van Galerie Willy Schoots op Art Rotterdam

Roland Janssen van Galerie Willy Schoots op Art Rotterdam

Crisis of geen crisis, het publiek stroomde in groten getale toe. Art Rotterdam geldt inmiddels als een van de aantrekkelijkste Europese beurzen: compact, actueel en jong. Toch moet ook hier geld verdiend worden en overheerst, zoals eigenlijk altijd op beurzen, de kunst ‘van altijd en voor iedereen’. Voor de echte kwaliteit kom je weer uit bij de gerenommeerde galeries, alhoewel ook die steeds meer geneigd lijken om voor de veilige weg kiezen.

 Micheal Kirkham, 2002, "The Summerfield" (Girl Sitting under Tree)

Michael Kirkham, 2002, “The Summerfield” (Girl Sitting under Tree)

Top was zondermeer het werk van Michael Kirkham bij Aschenbach en Hofland Galleries. ‘The summerfield’ (girl sitting under tree), een groot doek uit 2002 ging weg voor € 23.000. Een even vervreemdend als fascinerend schilderij: hard, stug, maar schilderkunstig uiterst trefzeker en overtuigend.

Carla Klein, 2008, Untitled

Carla Klein, 2008, Untitled

Ook Carla Klein (bij Annet Gelink) wist te overtuigen met een groot en kaal doek van een blik door de voorruit van een auto op de snelweg. Net als Kirkham geldt ook voor haar dat ze veel meer dan een mooi beeld een verrassende manier van kijken en werken laat zien.

Thomas Struth: Familienleben

thomas-struth-zaalbeelden-11

Nauwkeurig gemaakte beelden die uitnodigen tot nauwkeurig kijken; dat is de kunst van Thomas Struth. Ontdaan van iedere franje ontleent het zijn kracht aan de overtuigende samenspraak van onderwerpkeuze en werkwijze. Het doel is de objectieve registratie van het echte leven, het resultaat is een zeldzaam rijk palet aan verhalen en geschiedenissen.

Wat de tentoonstelling in Museum de Pont in Tilburg ook suggereert is dat grote kunst eigenlijk altijd al maar één onderwerp kende en dat het enige wat Struth van zijn grote voorgangers onderscheidt is dat zijn portretten niet geschilderd maar gefotografeerd zijn. Qua zienswijze, concept en ook als het gaat om de kwaliteit van de uitvoering zijn Rembrandt, Vermeer of Velazquez niet ver weg.

Rustig en veelal onbewogen komen ze in beeld: de vaders, moeders, echtgenoten, kinderen en geliefden. Ze kijken recht in de lens en nodigen de toeschouwer uit terug te kijken. Deze onbevangenheid geeft de beelden een grote lading. Het is kijken en bekeken worden, zowel voor de geportretteerde als voor de toeschouwer. Dit is wat de laatste vooral ook voelt: met dat van de ander wordt ook het eigen bestaan in zijn allerkaalste en tegelijkertijd in zijn allermenselijkste gedaante zichtbaar.
Kunst van een verademende eenvoud en een fascinerende diepgang. Kunst ook zoals ze er altijd al was en zal zijn. Via Bernd en Hilla Becher grijpt Struth terug op een traditie die al voor de oorlog door August Sander werd gevestigd en die het medium in zijn documentaire vermogen voorop stelt. Struth zelf geldt inmiddels als een van de iconen van wat inmiddels de Düsseldorfer Schule wordt genoemd, een status die in Tilburg overtuigend wordt bevestigd.

Het domein van de kunst

heilig-vuur

Toevallig of niet, juist nu menige illusie verdampt en de wereld even lijkt halt te houden, worden we bediend met een aantal tentoonstellingen die uitnodigen tot reflectie en waarin de kunst nadrukkelijk als een autonoom domein wordt gepresenteerd.

Picasso in Parijs, Het Heilige Vuur in Amsterdam of de afscheidstentoonstelling van Wim van Krimpen in Den Haag over de 20ste eeuw, ze blikken terug op de recente geschiedenis en presenteren kunst die haar identiteit en functie ontleent aan haar vermogen om het leven van een nieuwe en diepere betekenis te voorzien.
De tentoonstelling van Thomas Struth in Museum De Pont sluit hier in veel opzichten bij aan. De kunstenaar mag dan, in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s uit de vorige eeuw, zichzelf bescheiden op de achtergrond plaatsen, wat hem met zijn voorgangers verenigt is dat hij het leven zelf tot onderwerp maakt en dit in omvattende beelden tracht te vangen.
Dit laatste sluit aan bij het centrale thema van de tweede Art Update van dit seizoen: de vraag naar de verhouding tussen kunst en leven, of beter nog, naar de bijdrage die kunst kan leveren. Vragen die in het licht van de recente ontwikkelingen een nieuwe relevantie hebben gekregen.

Mythische schoonheid

mon-seul-desir

Tegenover de shows van superstars als Koons en Hirst staan de ingetogen presentaties van Gijs Frieling en Marc Mulders in het Bonnefanten en De Pont. Het contrast kon niet groter zijn.
Hoewel beide schilders, zeker in de uitvoering, grote verschillen laten zien, is hun zienswijze op wezenlijke punten verwant.
Mon Seul Désir (Mijn enig verlangen) heet het zaalvullende werk waarmee Gijs Frieling zich bekent tot een kunst in dienst van het leven. Het innerlijke leven wel te verstaan. In zijn uitbundige kleuren en vormen, is het kunstwerk primair een ode aan Gods schepping. Daarbij verbeeldt het een wereld waarin er geen onderscheid is tussen kunst, leven en religie. Een mythische, middeleeuwse wereld die diametraal staat tegenover de moderne tijd.
Spannend en uitdagend wordt het als de kunstenaar zich tegelijkertijd laat kennen als een groot bewonderaar van Donald Judd, de Amerikaanse minimalist die geldt als een van de grootheden van de moderne, autonome kunst.